- Derdengelden/derdenrekening
- Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
- Schorsing
- Verbod verkiezing art. 405 Ger.W.
De advocaat wordt vervolgd voor financiële malversaties en onregelmatigheden op de derdenrekening ten nadele van de advocatenassociatie en op de diverse rubriekrekeningen in bewindvoeringen ten nadele van pupillen over wier goederen hij als bewindvoerder was aangesteld. De advocaat wendde de gelden af naar eigen rekeningen ten voordele van zijn eigen vermogen.
De tuchtraad is van oordeel dat voor de feiten enkel de zwaarste tuchtstraf, de schrapping van het tableau, gepast zou zijn. Evenwel is de tuchtraad van oordeel dat de redelijke termijn overschreden is, aangezien het tuchtonderzoek gedurende bijna twee jaar onderbroken werd.
De tuchtraad legt de advocaat dan ook de tuchtsanctie van de schorsing voor de periode van één jaar op en het verbod om gedurende vijf jaar deel te nemen aan de in art. 450 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde stemming of om zich gedurende dezelfde termijn verkiesbaar te stellen voor eender welk mandaat binnen de advocatuur.