- Eerbied magistratuur
- Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
- Onafhankelijkheid
- Schorsing met uitstel
De advocaat wordt vervolgd voor inbreuken tegen de onafhankelijkheid als advocaat. Meer bepaald liet de advocaat zich in conclusies oneerbiedig uit over een magistraat en dit onder druk van haar cliënten, wat tevens een inbreuk op de kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid van het beroep uitmaakt.
De tuchtraad oordeelt dat de incriminatieperiode beperkt blijft tot de datum van de conclusie waarin deze uitlatingen waren opgenomen, aangezien deze in latere conclusies niet meer werden herhaald en het dus een aflopende inbreuk betreft.
De tuchtraad houdt rekening met verzachtende omstandigheden, gelet op de samenloop van bijzondere omstandigheden en het schuldinzicht van de advocaat.
De tuchtraad legt een schorsing van 8 dagen op met uitstel.