- Opvolging
- Confraterniteit
- Absolute disfunctie als advocaat
- Onverenigbaarheden
- Schorsing met uitstel
De gewezen advocaat, die inmiddels zijn weglating heeft gevraagd, wordt vervolgd wegens inbreuken op diverse deontologische regels, met name deze met betrekking tot de opvolging, diligentie, confraterniteit en met betrekking tot de onverenigbaarheid van het beroep van advocaat met een andere betrekking.
Betrokkene erkent de inbreuken en geeft aan het beroep van advocaat niet langer aan te kunnen.
De tuchtraad wijst erop dat disfunctie als advocaat er niet mag toe leiden dat de belangen van cliënten niet meer adequaat worden behartigd en dat men, indien men zelf niet meer in de mogelijkheid is zijn dossiers te behandelen, in vervanging moet voorzien.
Niettemin wordt rekening gehouden met het schuldinzicht van de gewezen advocaat en zijn blanco-tuchtverleden.
De tuchtraad veroordeelt de gewezen advocaat tot een schorsing van 3 maanden met uitstel voor een periode van 3 jaar met als voorwaarde dat binnen deze periode geen nieuwe feiten meer worden gepleegd die opnieuw aanleiding zouden geven tot een tuchtstraf.