- Confraterniteit
- Briefwisseling
- Onwaardig gedrag
- Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
- Schorsing
De advocaat wordt vervolgd wegens zijn ongepaste houding, onder meer het bedreigen van een confrater, en voor het door de advocaat gehanteerde taalgebruik in zijn communicatie met confraters.
Het taalgebruik is volgens de tuchtraad een advocaat onwaardig. De tuchtraad stelt bovendien vast dat uit de schriftelijke standpunten van de advocaat blijkt dat hij niet het minste inzicht heeft in het feit dat zijn houding en taalgebruik volkomen ongepast zijn.
De tuchtraad verklaart de feiten bewezen en is, tevens rekening houdend met de tuchtrechtelijke antecedenten, van oordeel dat een schorsing van zes maanden een verantwoorde bestraffing is voor de vermelde feiten.
Tegen deze beslissing werd verzet aangetekend:
TAA-SA-0487-2024: Beslissing van 27 november 2025
Confraterniteit
Beledigingen en andere vormen van gebrek aan eerbied
Onwaardig gedrag
Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
Schulden
Schorsing
Een bij de tuchtraad van beroep ingediend wrakingsverzoek werd afgewezen:
TB-0337-2025: Beslissing van 5 juni 2025
Confraterniteit
Briefwisseling
Onwaardig gedrag
Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
Schorsing