- Inbreuk art. 508/9 Ger. W.
- Provisie ondanks BJB-aanstelling
- Niet tijdig afsluiten pro-Deodossier
- Blanco tuchtverleden
- Schuldinzicht
- Opschorting uitspraak veroordeling 3 jaar
De advocaat heeft in een dossier waarin ze door het BJB werd aangesteld als pro-Deoadvocaat ingevolge het vermoeden van onvermogen van een persoon in voorlopige hechtenis, een provisie van € 1500 + btw gevraagd aan de cliënt. Het bleek namelijk al snel dat de cliënt wel voldoende inkomsten had. De advocaat besloot op eigen gezag deze persoon niet langer als pro-Deo maar als betalende cliënt te beschouwen. Ze liet echter na om het BJB hierover te informeren en om afsluiting van het dossier te verzoeken.
Uit de stukken blijkt dat de advocaat zich wel degelijk bewust was van het feit dat ze – zolang het dossier bij het BJB geopend bleef – geen provisie mocht vragen. Toch heeft ze nog 1,5 maand na het ontvangen van de provisie gewacht met het afsluiten van het dossier. Ze heeft daarbij t.o.v. het BJB minstens de schijn gewekt dat ze de pro-Deo-aanstelling (en vergoeding) als een reserve-garantie beschouwde zolang ze niet door de cliënt betaald was. De inbreuk op art 508/9 § 2 Ger W is dan ook bewezen.
Gelet op het blanco tuchtrechtelijk verleden van de advocaat en haar schuldinzicht en - in de hoop dat deze misstap haar verdere carrière niet zou beïnvloeden – gaat de tuchtraad in op haar verzoek om – bij toepassing van art 460, 5° Ger W - de uitspraak van de veroordeling op te schorten en dit voor drie jaar.