- Gebrek aan diligentie
- Deloyaliteit
- Gebrek aan beleefdheid
- Gerechtelijk vereffenaar
- Niet beantwoorden briefwisseling schuldeiser en stafhouder
- Medische problemen
- Blanco tuchtverleden
- Waarschuwing
N.a.v. de stuiting van de verjaring van de schuld van de fiscus deelde de advocaat mee dat het de bedoeling was de vereffening toch af te sluiten, spijts de hangende procedures, omdat het uitputten van die procedures enkel kosten met zich zou meebrengen en niet zou uitmonden in een verhoging van het actief, zijnde dezelfde informatie die hij 8 jaar tevoren reeds meegaf. Verscheidene herinneringen vanwege de fiscus bleven onbeantwoord. Uiteindelijk werd de stafhouder door de fiscus aangeschreven en in kennis gesteld van de problematiek, doch ook de verschillende brieven van de stafhouder bleven onbeantwoord.
De advocaat erkent de inbreuken doch houdt hierbij voor dat hij slachtoffer was van twee beroertes. Hij is van oordeel dat hij ongelukkig en te goeder trouw is geweest.
De beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, zoals voorzien in art. 455 Ger.W., zijn de basisbeginselen, waaraan elke advocaat dient te voldoen. De advocaat heeft daarop een inbreuk gemaakt, mede ten gevolge van moeilijke persoonlijke omstandigheden, meer bepaald door ziektes - beroerten. Rekening houdende met de voormelde omstandigheid en tevens met het feit dat hij een uitstekende staat van dienst had, oordeelt de tuchtraad dat de tuchtsanctie van de waarschuwing een gepaste bestraffing uitmaakt. Een eventueel tijdig hoger beroep zal de tenuitvoerlegging ervan schorsen.