- Niet (tijdig) beantwoorden briefwisseling
- Niet verwittigen van betekening
- Niet (tijdig) doorstorten derdengelden
- Blanco tuchtverleden
- Deels vrijspraak
- Deels opschorting uitspraak voor drie jaar
Hoewel de tuchtraad begrip kan opbrengen voor uitzonderlijke en ernstige omstandigheden die aan een betekening vooraf kunnen gaan, ziet de tuchtraad niet in waarom deze omstandigheden het noodzakelijk maakten om zijn tegenstrever niet voorafgaand te verwittigen van zijn voornemen om het vonnis van de beslagrechter te laten betekenen, zoals deontologisch voorgeschreven. Een vonnis van de beslagrechter van juli 2014 dat wordt betekend in januari 2015, wijst niet op een noodzaak tot onmiddellijke betekening.
De advocaat erkent nalatig geweest te zijn bij de afhandeling van de doorstorting van de ontvangen derdengelden. Deze betaling zou geweigerd zijn door zijn cliënte wegens onvoldoende om de schade te dekken. De advocaat diende dan het bedrag terug te storten aan de afzender of te plaatsen op een afzonderlijke rubriekrekening in afwachting van een definitieve uitspraak over de aan de cliënte toekomende schadevergoeding. De handelswijze die erin bestond het bedrag van 7.500,00 euro op zijn derdenrekening te laten staan en dit bedrag niet door te storten op de derdenrekening van zijn opvolger, maakt een deontologische fout uit. Pas na herhaaldelijk aandringen stortte de advocaat eerst de 7.500,00 EUR op de derdenrekening van zijn opvolger en in tweede instantie werden uiteindelijk ook de intresten op dit bedrag op de derdenrekening gestort.
Het niet-beantwoorden van de briefwisseling van de stafhouder belemmert de goede werking van de Orde van advocaten en getuigt van een volkomen gebrek aan respect voor de beroepsgroep en diens organen.
De advocaat had ernstige gezondheidsproblemen en zijn kantoor was op de koop toe onderbezet door de onbeschikbaarheid van vier medewerkers. De advocaat is sedert 1993 aan de balie en heeft een blanco tuchtverleden. Gelet op de concrete omstandigheden en de situatie van de advocaat ten tijde van de feiten, wordt de gunst van de opschorting van de uitspraak toegestaan voor een periode van drie jaar, voor de bewezen verklaarde tenlasteleggingen 2, 3 en 4. Voor de tenlastelegging 1 wordt de advocaat vrijgesproken.