- Art. 508/9, 508/18 en 508/20 Ger. W.
- Ontvangen ereloon ondanks aanstelling tweedelijnsbijstand
- Verschillende verklaringen
- Doorstorten van onterecht ontvangen gelden aan opvolger
- Schorsing 8 dagen
De advocaat geeft aangaande de ten laste gelegde feiten diverse verschillende verklaringen. De tuchtraad acht de ten laste gelegde tuchtinbreuken bewezen. Er kan geen rekening gehouden worden met de verklaringen als zou er geen geld ontvangen zijn, nu de advocaat bij herhaling toegaf wel geld ontvangen te hebben. De tuchtraad oordeelt dat ze op de hoogte was dat er tweedelijnsbijstand was. Uit de verklaring ter zitting blijkt dat ze wel degelijk geld ontving en wist dat ze hiertoe niet gerechtigd was, reden waarom ze het overmaakte aan de opvolgende advocaat.
De feiten zijn laakbaar. Anderzijds zijn de ten onrechte ontvangen gelden wel doorgestort aan de opvolgende advocaat. De tuchtraad legt een sanctie op van acht dagen schorsing en zegt voor recht dat een tijdig hoger beroep tegen deze beslissing, in voorkomend geval, de tenuitvoerlegging ervan zal schorsen.