- Herhaaldelijk niet-beantwoorden van de briefwisseling van de stafhouder
- Aanwenden vals stuk
- Geen kwade trouw
- Miskenning OVB-reglement derdengelden
- Aanwenden derdengelden voor leningen
- Niet tijdig overmaken derdengelden aan bestemmeling
- Geen persoonlijke verrijking door derdengelden
- Persoonlijke problemen
- Blanco tuchtverleden
- Berisping
Ter zitting geeft de advocaat feiten 1 t.e.m. 3 toe. Wat feit 2 betreft, meent de tuchtraad dat de advocaat wel degelijk had dienen vast te stellen dat de aangewende brief vals was nu de ondertekende op de datum van ondertekening reeds overleden was. De tuchtraad oordeelt dat het overmaken van deze brief aan de stafhouder te wijten is aan een onoplettendheid en dat enig opzet of kwade trouw in hoofde van de advocaat niet bewezen voorkomt.
Het aanwenden van de derdenrekening voor leningen maakt een oneigenlijk gebruik uit van deze rekening. Evenwel heeft de advocaat zich hierdoor persoonlijk niet verrijkt en heeft hij hierdoor niet enig ander financieel voordeel genoten.
De advocaat kampte ten tijde van deze feiten met ernstige gezondheids- en familiale problemen waardoor hij als eenmanskantoor tijdelijk zijn dossiers en zijn administratie niet meer naar behoren kon opvolgen. Inmiddels heeft hij de nodige maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.
De beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, zoals voorzien in art. 455 Ger.W. werden, mede ten gevolge van moeilijke persoonlijke omstandigheden, geschonden, doch in zijn voordeel spreekt dat de vastgestelde onregelmatigheden met betrekking tot de derdenrekening niet gepleegd werden met het oog op zijn persoonlijke verrijking. Rekening houdende met voormelde omstandigheden en met het blanco-tuchtverleden van de advocaat is de tuchtraad van oordeel dat een berisping een gepaste bestraffing uitmaakt.