- Confraterniteit
- Niet naleven meldingsplicht stafhouder
- Gedeeltelijke vrijspraak
- Opschorting onder voorwaarden
De advocaat wordt vervolgd wegens een schending van de regels van in het bijzonder van artikel 98 en artikel 109 van de Codex Deontologie voor Advocaten en meer algemeen inbreuk op artikel 1 Codex Deontologie en artikel 456 Ger. W.
De inbreuken op de artikelen 109 en artikel 1 CDA en 456 Ger.W. worden door de tuchtraad niet weerhouden en daarvoor wordt hij vrijgesproken. Enkel bij bewijs van “voorbedachtheid” zijn ook de inbreuken op de confraterniteit, de loyauteit, de rechtschapenheid, de waardigheid en de kiesheid aan de orde.
De tuchtraad verleent de advocaat voor de inbreuk op artikel 98 de gunst van de opschorting met een proefperiode van één jaar.