Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Schorsing verjaring wanneer in­ver­den­king­ge­stel­de bijkomend onderzoek vraagt tijdens regeling der rechts­ple­ging? Geen probleem!

Op 11 juni 2015 vernietigde het Grondwettelijk Hof al de schorsing van de verjaring door een verzoek tot bijkomend onderzoek van de burgerlijke partij of ambtshalve beslissing van de rechter. Het Hof beklemtoont nogmaals in haar arrest van 17 september 2015 (nr. 112/2015) dat het geen probleem heeft met die schorsing wanneer het verzoek uitgaat van de inverdenkinggestelde tijdens de regeling der rechtspleging.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 5893, 5895, 5936 en 5966

Artikel 24 V.T.Sv. bepaalt dat de verjaring van de strafvordering wordt geschorst wanneer er bijkomende onderzoekshandelingen worden gevraagd in het kader van de regeling der rechtspleging of wanneer het onderzoek ter terechtzitting wordt uitgesteld met het oog op bijkomende onderzoekshandelingen.

Het Grondwettelijk Hof vernietigde op 11 juni 2015 die bepaling voor zover de verjaring wordt geschorst door verzoeken van de burgerlijke partij of ambtshalve beslissingen van het onderzoeksgerecht of vonnisgerecht. De schorsing van de verjaring blijft enkel overeind wanneer inverdenkinggestelden bijkomend onderzoek vragen in het kader van de regeling der rechtspleging. Het Hof handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling evenwel tot 31 december 2016. (Lees hiereen bespreking van dat arrest)

Op 17 september 2015 greep het Grondwettelijk Hof enkele prejudiciële vragen aan om bepaalde punten van zijn vernietigingsarrest nogmaals in de verf te zetten.

Verzoeken bijkomend onderzoek beter tijdens gerechtelijk onderzoek

In de eerste plaats benadrukt het Hof nogmaals dat het niet onredelijk verantwoord is dat een verzoek tot bijkomend onderzoek van de inverdenkinggestelde tijdens het gerechtelijk onderzoek (op basis van artikel 61 quinquies Sv.) niet leidt tot schorsing van de verjaring, terwijl dat wel het geval is wanneer de inverdenkinggestelde bijkomend onderzoek vraagt in het kader van de regeling der rechtspleging (op basis van artikel 127 Sv.). De inverdenkinggestelde wordt zo immers aangemoedigd om reeds tijdens het gerechtelijk onderzoek zorgvuldig te waken over de voortgang van het onderzoek. Verzoeken tot bijkomend onderzoek tijdens de regeling der rechtspleging die enkel worden ingediend om de rechtsgang te vertragen, worden zo ontmoedigd.

(On)volledigheid strafdossier geen belang

Het Grondwettelijk Hof benadrukt voorts dat er geen sprake is van discriminatie naargelang het strafdossier al dan niet volledig is. Elk verzoek van de inverdenkinggestelde, ongeacht of het wordt ingewilligd, leidt immers tot schorsing van de verjaring. Bovendien kan de rechter steeds zelf bijkomend onderzoek bevelen indien het dossier niet volledig is. In dat geval wordt de verjaring van de strafvordering niet geschorst.

Gebrek aan overgangsmaatregelen treft legitieme verwachtingen inverdenkinggestelde niet

Het Hof herhaalt ten slotte zijn eerdere uitspraak wat het gebrek aan overgangsmaatregelen betreft. Het acht dat verantwoord door de veronderstelling dat het verzoek tot bijkomend onderzoek door inverdenkinggestelden wordt ingediend ter vervollediging van het strafdossier (waaraan de schorsing van de verjaring geen afbreuk doet) en niet met de dilatoire doelstelling de verjaringstermijn te doen verstrijken. Dat is geen legitieme verwachting van de inverdenkinggestelde en het is net die verzoeken die de wetgever wil ontmoedigen.

Lees het volledige arrest

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen