Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur IOS-procedure en nodeloze kosten: hof van beroep Gent volgt stelling OVB

Het hof van beroep te Gent volgt in een arrest van 24 april 2017 de stelling van de OVB dat het aanwenden van de dagvaarding in plaats van de buitengerechtelijke procedure invordering van onbetwiste geldschulden in B2B-verhoudingen (artt. 1394/20 e.v. Ger.W./PP I) op zich geen fout uitmaakt en dus geen aanleiding geeft tot het ten laste leggen van de in het gelijk gestelde partij van de proceskosten. In een tweede arrest van dezelfde dag wordt gesteld dat de kosten niet ambtshalve ten laste van de eisende in het gelijk gestelde partij kunnen worden gelegd. Beide arresten betreffen hoger beroep tegen vonnissen uit 2016.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 2016/AR/2009 en 2016/AR/2008

Het hof van beroep te Gent sprak zich op 24 april 2017 in twee arresten uit over de gevolgen van het niet-gebruik van de IOS-procedure in B2B-verhoudingen.

De OVB ziet in deze rechtspraak een bevestiging van haar verzet tegen de sanctionering van het aanwenden van de dagvaarding bij het invorderen van onbetwiste handelsschulden.

In een eerste arrest (2016/AR/2008) volgde het hof van beroep de stelling van de OVB dat het aanwenden van de dagvaarding in plaats van de buitengerechtelijke procedure invordering van onbetwiste geldschulden in B2B-verhoudingen (IOS-procedure ex artt. 1394/20 e.v. Ger.W./PP I) op zich geen fout uitmaakt en dus geen aanleiding geeft tot het ten laste leggen van de in het gelijk gestelde partij van de proceskosten. Het vonnis waartegen hoger beroep werd ingesteld, dateert van 2016 en betreft dus nog niet de regeling van de "nutteloze kosten" (art. 1017, eerste lid Ger.W./PP IV), die de praktijk van het bestraffen van de aanwending van de gerechtelijke procedure in deze context een wettelijke grondslag geeft.

Het hof van beroep schaart zich evenwel principieel achter de stelling van de OVB dat de IOS-procedure ex artt. 1394/20 e.v. Ger.W. een alternatieve procedure betreft, naast de gerechtelijke procedure. Het gebruik van die laatste kan in het belang zijn van de schuldeiser, gelet op de hogere inning van kosten (meer dan 10 % van de hoofdsom) en gelet op de mogelijkheid sneller een titel verkrijgen.

Ten slotte wordt komaf gemaakt met de doorgeschoten analogie met artikel 866 Ger.W., dat bepaalt: "De proceshandelingen en akten die nietig zijn of nodeloze kosten veroorzaken door toedoen van een ministerieel ambtenaar, komen te zijnen laste; hij kan bovendien worden veroordeeld tot schadevergoeding jegens de partij." Het spreekt inderdaad voor zich dat een particulier die onbetwiste handelschulden invordert, niet met een "ministeriële handelaar" gelijk kan worden gesteld. Deze opvatting heeft de OVB van meet af aan verdedigd.

In een tweede arrest van dezelfde dag (2016/AR/2009) was het vraagstuk aan de orde of de rechter in eerste aanleg ambtshalve de kosten ten laste kan leggen van de in het gelijk gestelde partij wanneer de IOS-procedure bij de invordering van onbetwiste handelsschulden niet gebruikt werd, en dit niettegenstaande het bestaan van een akkoord over de kosten. De verwerende partij had om de minimumrechtsplegingsvergoeding verzocht en de schuldeiser was daarop ingegaan. Desalniettemin worden de kosten volledig ten laste gelegd van de in het gelijk gestelde eisende partij. Het hof oordeelt dat de miskenning van het akkoord van partijen dienaangaande een schending van het beschikkingsbeginsel uitmaakt (niet louter ultra petita, doch zelfs extra petita), nu de eisende partij hier zonder meer niet om heeft gevraagd. Bovendien werden partijen niet gehoord over het al dan niet aanwenden van de IOS-procedure, wat een schending van de rechten van verdediging uitmaakt.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen