Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Grond­wet­te­lijk Hof verwerpt beroep tot ver­nie­ti­ging nutteloze kosten PP IV

In zijn arrest nr. 81/2018 verwerpt het Grondwettelijk Hof het door de OVB ingestelde beroep tot vernietiging van artikel 81 van de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Köse

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Deel dit artikel

Rolnummer: 6698

In zijn arrest nr. 81/2018 verwerpt het Grondwettelijk Hof het door de OVB ingestelde beroep tot vernietiging van artikel 81 van de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie (hierna: PP IV).

Bestreden bepaling en aangevoerde middelen

Artikel 81 van PP IV vulde artikel 1017, eerste lid, Ger.W. aan als volgt:

"Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt."

De OVB voerde in haar eerste middel aan dat de bestreden bepaling in het algemeen het recht op toegang tot de rechter van de in het gelijk gestelde partij op een niet-verantwoorde wijze zou beperken en specifiek wat de invordering van geldschulden betreft, een niet-verantwoord verschil in behandeling zou instellen tussen enerzijds schuldeisers van een betwiste geldschuld en anderzijds schuldeisers van een klaarblijkelijk onbetwiste geldschuld of van een geldschuld waarvan niet geweten is of die zal worden betwist, aangezien de laatstgenoemden het financiële risico voor de kosten van het geding zouden moeten dragen en dus zouden beschikken over een beperkter recht op toegang tot de rechter.

In haar tweede middel leidde de OVB een schending af van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de algemene beginselen van de rechtsstaat en van het evenwicht der machten, het beschikkingsbeginsel, de rechten van verdediging, de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, doordat aan de rechter de bevoegdheid wordt toegekend om ambtshalve de nutteloze kosten ten laste van de in het gelijk gestelde partij te leggen wanneer ze die foutief heeft veroorzaakt.

Overwegingen Grondwettelijk Hof

In zijn overweging B.3.1 verwijst het Grondwettelijk Hof naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie, waaruit volgt dat hoewel in de regel de partij die in het ongelijk is gesteld in de kosten moet worden verwezen, die kosten ten laste kunnen worden gelegd van de andere partij als zij ze door haar fout veroorzaakt.

In zijn overweging B.5.3 stelt het Grondwettelijk Hof dat het aan de rechter toekomt om na te gaan of er bij een procespartij sprake is van een fout die in causaal verband staat met nutteloos geachte proceskosten en om de bestreden bepaling toe te passen met eerbiediging van het recht op toegang tot de rechter en van het recht van verdediging. Het Grondwettelijk Hof merkt daarbij op dat de rechter die beslissing moet motiveren en vooraf de partijen daarover moet horen.

Met verwijzing naar het arrest van 12 oktober 2017 van het Hof van Cassatie in zijn overweging B.6.4 wijst het Grondwettelijk Hof er in zijn overweging B.6.5 op dat het loutere feit dat een schuldeiser van een onbetwiste geldschuld ervoor kiest om geen gebruik te maken van de administratieve procedure tot het invorderen van de schuld (en dus opteert voor een invordering langs gerechtelijke weg) op zich geen fout uitmaakt en niet volstaat opdat de kosten van de gerechtelijke procedure te zijnen laste zullen worden gelegd. Het Grondwettelijk Hof vervolgt dat teneinde de bestreden bepaling in een dergelijk geval toe te passen, dient vast te staan dat een normaal voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden anders zou hebben gehandeld, wat door de rechter geval per geval moet worden onderzocht en gemotiveerd.

Bijgevolg verklaart het Grondwettelijk Hof de aangevoerde middelen niet gegrond en verwerpt het beroep tot vernietiging, rekening houdend met wat vermeld is in B.6.4 en B.6.5 en onder voorbehoud van de interpretatie vermeld in B.5.3.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen