AI tools door en voor advocaten Deontologische en antiwitwasverplichtingen? Ask Lidia!
Steeds meer advocaten ontwikkelen zelf digitale oplossingen die hun kantoorwerking efficiënter, klantgerichter of veiliger maken. Zo ontwikkelde advocatenkantoor Wanted Law Ask Lidia, een AI-ondersteunde tool die advocaten helpt bij deontologische compliance en antiwitwasverplichtingen. Wij spraken met mr. Joachim Vanspeybrouck en mr. Sharryn-Chill Hermy over de werking van de tool, de meerwaarde voor grote én kleine kantoren, en de rol van AI in een vertrouwelijke juridische context.
Auteur
Dagmar Vanbergen
Voor wie het nog niet kent: wat is Ask Lidia?
Mr. Vanspeybrouck: Ask Lidia is een tool die ontwikkeld is voor en door advocaten om hen te ondersteunen bij hun deontologische verplichtingen en verplichtingen in het kader van de antiwitwaswetgeving. Het vertrekpunt was vrij eenvoudig: kijken waar we processen konden vereenvoudigen en automatiseren, zonder de controle te verliezen, maar wel met meer betrouwbaarheid en consistentie.
In de praktijk is het een hybride platform. Enerzijds heb je een vrij toegankelijke backoffice waarin kantoren hun interne processen kunnen structureren en moduleren in flows, die meteen ook worden afgetoetst aan onderliggende databanken. Anderzijds is er een AI-component die werkt als een soort intelligente index. Die vertrekt niet louter vanuit gelijkenissen, maar kijkt naar relevantie en context, specifiek afgestemd op de juridische sector.
Je kan het vergelijken met een digitale bibliothecaris: het systeem bepaalt op basis van een vraag welke combinatie van wetgeving, rechtspraak, rechtsleer of andere bronnen nodig is om tot een onderbouwd antwoord te komen, en verwijst ook naar die bronnen. Het gaat dus verder dan klassieke zoekfuncties en probeert echt de onderliggende structuur van de informatie te begrijpen.
Kan Ask Lidia afgestemd worden op interne kantoorprocedures of policies?
Mr. Vanspeybrouck: Absoluut, en dat is al snel een essentieel punt geworden. In het begin lag de focus op het automatiseren van de eigen werking, maar je merkt snel dat elk kantoor andere accenten legt.
Op deontologisch vlak zijn de lijnen vaak duidelijk, maar bij antiwitwasverplichtingen hangt veel af van het risicoprofiel en de keuzes die een kantoor zelf maakt. Daarom kan je in het systeem eigen flows opbouwen, met een logica van vragen en beslissingen.
Die flows kan je koppelen aan interne databanken — denk aan cliënten, tegenpartijen of specifieke risicolijsten — maar ook aan publieke databronnen. Daarnaast kan je ook eigen kennisdatabanken toevoegen, bijvoorbeeld met interne richtlijnen of eerdere beslissingen.
Het resultaat is dat je geen standaardtool krijgt, maar een systeem dat je echt kan afstemmen op je eigen praktijk en beleid.
Is de tool even bruikbaar en nuttig voor grote en kleine advocatenkantoren?
Mr. Vanspeybrouck: Ja, net door die flexibiliteit. De basisnood — een correcte en efficiënte cliëntenintake en compliancecheck — is dezelfde voor elk kantoor, ongeacht de omvang.
Bij kleinere kantoren zal men vaak werken met eigen cliënten- en tegenpartijenlijsten, eventueel aangevuld met bepaalde risicolijsten. In grotere structuren of groeperingen wordt dat complexer, omdat je niet altijd zicht hebt op elkaars cliënten.
Daar laat het systeem toe om met afgeschermde databanken te werken, waarbij checks gebeuren zonder dat de onderliggende informatie zichtbaar wordt. Je krijgt bijvoorbeeld een signaal dat er mogelijk een conflict is en dat contact moet worden opgenomen met een bepaald kantoor, zonder dat je meteen weet waarom.
Daarnaast kan je ook werken met publieke databanken en eigen kennisdatabanken, zodat elk kantoor op zijn eigen niveau kan werken. Dat creëert in de praktijk een soort level playing field.
Waarom ontstond bij jullie de nood om een tool te ontwikkelen om dit te automatiseren?
Mr. Hermy: Die is vrij organisch gegroeid. Binnen een groepering van kantoren merkten we dat het risico op belangenconflicten toenam naarmate de structuur groter werd, terwijl er niet altijd zicht was op elkaars cliënten of tegenpartijen. En dan hebben we het nog niet over familieleden of andere gevoelige relaties. Je kan dat deels oplossen door deze intern op te lijsten in risicolijsten, waarop checks kunnen gebeuren. Het systeem kan dan een signaal geven dat er mogelijk een conflict is, waarna je verder contact opneemt om dat te verifiëren.
Daarnaast speelde ook de regelgeving een grote rol. Die wordt steeds strenger en complexer, en met toekomstige ontwikkelingen en verplichtingen in 2027 wordt dat alleen maar intensiever.
Alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg was, moeten die checks vaak gebeuren op een moment dat een dossier nog niet eens is opgestart. Dat maakte het proces niet alleen tijdrovend, maar ook moeilijk om consequent en correct te blijven uitvoeren. De bedoeling was dus om dat op een meer gestructureerde en betrouwbare manier te organiseren, met zo weinig mogelijk extra belasting voor cliënt en kantoor.
"Alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg was, moeten die checks vaak gebeuren op een moment dat een dossier nog niet eens is opgestart."
Waarom is compliance zo geschikt voor automatisering?
Mr. Vanspeybrouck: Veel complianceprocessen zijn in de basis vrij repetitief en volgen een vaste logica, zeker op deontologisch vlak. Dat maakt ze geschikt om te structureren en deels te automatiseren.
Daarnaast kan je onduidelijkheden vrij snel aftoetsen aan bestaande bronnen, zoals de Codex Deontologie, adviezen of eerdere beslissingen. Door die informatie te bundelen in interne kennisdatabanken kan je die ook via een AI-component toegankelijk maken.
Voor antiwitwasverplichtingen geldt iets gelijkaardigs, met die nuance dat je processen moet kunnen aanpassen aan het beleid en risicoprofiel van het kantoor.
De grootste meerwaarde zit in de consistentie: elke check verloopt op dezelfde manier, en je kan ook makkelijker bijsturen waar nodig.
Hoe is dat idee geëvolueerd naar een AI-tool?
Mr. Hermy: In het begin werd gewerkt met cliëntenfiches, maar dat werd snel complex, zeker bij vennootschappen. Voor één dossier moest je soms meerdere fiches invullen: voor de onderneming, voor de bestuurder (die zelf een rechtspersoon kan zijn), voor de natuurlijke persoon daarachter en nog aanvullende opzoekingen doen zoals bijv. naar de uiteindelijke begunstigde. Dat was niet alleen tijdrovend, maar ook inefficiënt, omdat die informatie nadien opnieuw moest worden ingevoerd in andere systemen. Terwijl een groot deel daarvan gewoon publiek beschikbaar is.
Van daaruit is het idee gegroeid om informatie automatisch te verzamelen en te koppelen aan compliancechecks. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een systeem waarin automatisatie wordt gecombineerd met AI-ondersteuning, zodat zowel het verzamelen als het interpreteren van informatie efficiënter verloopt.
"Voor één dossier moest je soms meerdere fiches invullen: voor de onderneming, voor de bestuurder (die zelf een rechtspersoon kan zijn), voor de natuurlijke persoon daarachter en nog aanvullende opzoekingen doen zoals bijv. naar de uiteindelijke begunstigde. Dat kan nu veel efficiënter."
Welke uitdagingen kwamen hier bij kijken?
Mr. Vanspeybrouck: Een belangrijke uitdaging was het vertalen van regelgeving, die vaak niet zwart-wit is, naar een werkbaar systeem.
We hebben er bewust voor gekozen om eerder streng te zijn in de interpretatie, zodat het systeem voldoende signalen geeft. In de duidelijke gevallen kan het proces grotendeels automatisch verlopen, maar de grijze zones blijven altijd bij de advocaat.
Daarnaast zijn er ook praktische uitdagingen: de kwaliteit van de data, de gebruiksvriendelijkheid voor zowel advocaat als cliënt, en de integratie met bestaande systemen. Zo moet een cliënt bijvoorbeeld begrijpen waarom bepaalde informatie wordt gevraagd.
Ook technisch moest het systeem schaalbaar en flexibel blijven, zodat het kan worden aangepast aan verschillende kantoren en workflows, en eventueel gekoppeld kan worden aan bestaande software via API’s om dubbele invoer te vermijden.
Hoe wordt vertrouwelijkheid gewaarborgd?
Mr. Vanspeybrouck: Vertrouwelijkheid was van bij het begin een absolute prioriteit. Daarom wordt gewerkt met gescheiden databanken per kantoor en met toegangsrechten op basis van rollen.
In de praktijk betekent dat dat gebruikers enkel toegang hebben tot de informatie die ze nodig hebben. Bij mogelijke conflicten wordt bijvoorbeeld enkel een signaal gegeven, zonder dat alle details zichtbaar zijn.
Daarnaast wordt gewerkt met sterke encryptie en blijft alle data binnen de eigen omgeving. Ook de AI-component is intern opgezet, zodat er geen gevoelige informatie naar externe partijen gaat. Dat sluit aan bij het fundamentele belang van het beroepsgeheim.
Zijn er volgens jullie risico’s verbonden aan het gebruik van AI?
Mr. Vanspeybrouck: Ja, op verschillende vlakken. Vertrouwelijkheid en GDPR spelen een rol, maar ook de kwaliteit van de input speelt een significante rol: het principe is “garbage in, garbage out”. Daarnaast is het belangrijk om te waken over de betrouwbaarheid van de output. Daarom is gekozen voor een hybride systeem, waarbij AI ondersteunend werkt en telkens verwijst naar de gebruikte bronnen.
De advocaat blijft altijd eindverantwoordelijke. Elke stap moet controleerbaar zijn, en kritisch nadenken blijft noodzakelijk. Het systeem is er om te ondersteunen, niet om beslissingen over te nemen.
"Ook de kwaliteit van de input speelt een significante rol: het principe is 'garbage in, garbage out'."
In welke mate is het systeem auditabel?
Mr. Hermy: Het systeem houdt een volledige audit trail bij van alle stappen en beslissingen.
Daarnaast kunnen er auditrapporten worden gegenereerd die aantonen hoe bepaalde beslissingen tot stand zijn gekomen, inclusief de gebruikte bronnen. Dat is relevant voor interne evaluatie, maar ook voor externe controles.
Het maakt dat processen volledig traceerbaar en reproduceerbaar zijn, wat in het kader van compliance uiteraard essentieel is.
Wie kan auditrapporten opvragen?
Mr. Vanspeybrouck: Rapporten kunnen in principe enkel intern worden opgevraagd door bevoegde personen.
Bij controles kan gericht gezocht worden naar specifieke dossiers of stappen, waarbij enkel de relevante informatie wordt getoond. Ook daar blijft het principe gelden dat enkel noodzakelijke informatie zichtbaar is.
Hoe wordt omgegaan met nieuwe wetgeving?
Mr. Vanspeybrouck: Het systeem is zo opgebouwd dat flows en databanken relatief eenvoudig kunnen worden aangepast.
Daarnaast wordt gewerkt met een systeem van weging, waarbij recentere en relevantere informatie meer gewicht krijgt. Op die manier kan het systeem inspelen op nieuwe wetgeving en rechtspraak, en zelfs overgangsregels verwerken.
Welke tips hebben jullie voor confraters die ook een AI tool willen ontwikkelen?
Mr. Hermy: Misschien vooral: vertrek niet vanuit de vraag hoe je bestaande processen automatiseert, maar welk probleem je wil oplossen.
Daarnaast is het belangrijk om met de juiste partners te werken en voldoende te testen. Maar even belangrijk is om op een bepaald moment te durven lanceren.
Veel tools worden te lang ontwikkeld en raken nooit echt in gebruik. Uiteindelijk zit de waarde net in het effectief gebruiken ervan in de praktijk.
Wie is Joachim Vanspeybrouck
In juli 2019 trad hij met het kantoor toe tot de advocatengroepering Wanted Law. Binnen het kantoor behandelt hij dossiers met een bijzondere interesse voor onroerend goed, ondernemings-, contracten- en aansprakelijkheidsrecht, maar bleef hij ook actief vermogensrechtelijke kanten van familierechtelijke dossiers behandelen.
Hij wordt ook vaak aangesteld als schuldbemiddelaar, bewindvoerder en curator over onbeheerde nalatenschappen.
Sinds april 2017 is hij ook erkend bemiddelaar in burgerlijke- en commerciële zaken en werd hij opgenomen op de lijst van erkende bemiddelaars van de Federale Bemiddelingscommissie. Sinds 2020 is hij opgenomen op de lijst van de collaboratieve advocaten.
Hij is co-auteur in diverse publicaties en streeft waar mogelijk naar een conflictvermijdende oplossing vanuit de achterliggende belangen van de cliënten, vanuit een continu streven naar meerwaarde.
Wie is Sharryn-Chill Hermy
Sinds augustus 2020 maakt Sharryn-Chill deel uit van het team van Wanted Law Brugge. Sinds oktober 2025 vervoegt zij het kantoor als vennoot. Zij staat cliënten bij met een zorgvuldige, empathische en juridisch onderbouwde aanpak in dossiers binnen het personen- en familierecht.
Daarnaast wordt Sharryn-Chill regelmatig aangesteld als bewindvoerder, waarbij zij zich inzet voor de bescherming en vertegenwoordiging van kwetsbare personen.
Ze streeft steeds naar een toegankelijke en zorgvuldige dienstverlening waarbij de belangen van de cliënten voorop staan.
Ook interessant
Zie Alice als een getalenteerde medewerker die een eerste draft schrijft
Steeds meer advocaten ontwikkelen zelf digitale oplossingen die hun kantoorwerking efficiënter, klantgerichter of duurzamer maken. Zo ontwikkelde mr. Jeroen Villé, mr. Armin Wintein en Joren Coulier de tool Alice Law, een AI-platform dat advocaten ondersteunt bij dossieranalyse, juridisch onderzoek, argumentatieopbouw en het opstellen van conclusies en adviezen. Wij interviewden mr. Jeroen Villé over deze tool, en wat ze kan betekenen voor de advocatuur.
Erik Valgaeren verkozen tot OVB-voorzitter
Op 22 april 2026 koos de algemene vergadering Erik Valgaeren als nieuwe voorzitter voor de beleidsperiode 2026-2029. Maak in dit interview kennis met toekomstig OVB-voorzitter Erik Valgaeren.