CFI schetst tendensen bij witwassen van geld in 2024
De Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) heeft haar jaarverslag voor 2024 gepubliceerd. Als één van de belangrijkste spelers in België in de strijd tegen witwassen en de financiering van terrorisme, belicht het verslag de trends van het afgelopen jaar. Ook voor advocaten is dit verslag essentieel vanwege de risicogebaseerde benadering van de witwaspreventiewet. Het verslag van de CFI geeft u immers een inzicht in de actuele risico’s, zodat u uw waakzaamheidsmaatregelen daaraan effectief kunt aanpassen.
De Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) ontvangt en analyseert meldingen die afkomstig zijn van onderworpen entiteiten en toezichtautoriteiten over verdachte financiële verrichtingen die mogelijk verband houden met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, alsook de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens. De analyse van die meldingen stelt de CFI in staat om terugkerende of opkomende trends op die vlakken te identificeren en daarover in een jaarverslag te rapporteren.
Die tendensen zijn van belang voor advocaten in het licht van de ‘risicogebaseerde benadering’ die ten grondslag ligt aan de wet van 18 september 2017 ‘tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten’ (WPW). Die benadering laat u als advocaat immers toe om de intensiteit van uw waakzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het risiconiveau van een dossier.
Hieronder vatten we voor u de belangrijkste tendensen uit het jaarverslag van de CFI voor 2024 samen.
Trends bij het witwassen van geld
Manieren waarop zwart geld wordt witgewassen
Het witwassen van geld wordt volgens de CFI in toenemende mate een autonome vorm van criminele dienstverlening. Bepaalde criminele netwerken specialiseren zich in het witwassen van zwart geld van andere criminele netwerken.
De CFI stelt vast dat schermvennootschappen een cruciale rol spelen om zwart geld in het financiële systeem te loodsen. Zulke vennootschappen maken deel uit van een ruimer complex netwerk, waarbij ook legale vennootschappen (on)bewust een rol kunnen spelen via ‘Third Party Payments’ (TPPs).
We willen advocaten vooral wijzen op de volgende relevante aandachtspunten:
- Facilitatoren
De CFI stelt vast dat financiële, juridische en boekhoudkundige professionals meer en meer als facilitatoren (on)bewust hun expertise ter beschikking stellen van criminele netwerken, in het bijzonder bij de oprichting van schermvennootschappen in serie om financiële stromen te compliceren en te verbergen. Volgens de CFI gaat het vooral om accountantskantoren, maar in eerdere jaarverslagen wees ze ook op de betrokkenheid van advocatenkantoren.
Advocaten moeten dus waakzaam zijn wanneer ze diensten verlenen die verband houden met de oprichting van vennootschappen. De CFI stelt vast dat facilitatoren vaak betrokken zijn bij de oprichting van lege vennootschappen, waarbij ze zorgen voor de administratieve afhandeling zoals het opstellen van een financieel plan, de oprichting van de vennootschap, het voorzien van een maatschappelijke zetel, het contacteren van een notaris voor het opstellen van de akte of de zetel van de vennootschap, het opstellen van standaardstatuten, de inschrijving bij de btw-administratie en de KBO en de betaling van de oprichtingskosten.
- TPPs
Met de ontwikkeling van digitale technologieën en financiële diensten staan betalingen voor rekening van derden (‘Third Party Payments’ – TPPs) volgens de CFI nu centraal in moderne strategieën voor het witwassen van geld. Het gebruik van TPPs wordt steeds algemener, omdat het een doeltreffende witwasmethode is die gebruik maakt van anonimiteit, digitale diensten van derden en tussenpersonen om financiële banden te verbergen en de traceerbaarheid van illegale geldstromen te bemoeilijken.
Voorbeeld
Een binnen- of buitenlandse leverancier van een goed ontvangt het verschuldigde bedrag, als gevolg van een handelstransactie, van een derde partij die niet de klant is. Deze klanten zijn soms gevestigd in regio's buiten de Europese Unie die een financieel risico vormen of die door internationale instanties gesanctioneerd zijn. De leverancier trekt de transactie daarom niet in twijfel in de overtuiging dat hij fondsen ontvangt van “financiële tussenpersonen” die door hun contractuele tegenpartijen in het buitenland gemandateerd zijn om betalingen in EUR/USD te doen en hun financiële verplichtingen na te komen.
De CFI roept onderworpen entiteiten op om nauwgezet KYC-maatregelen toe te passen om potentiële risico's in verband met TPPs te identificeren.
In het licht van die oproep willen advocaten in het bijzonder wijzen op de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van de derdenrekening. Wanneer ze als ‘third party’ in naam en voor rekening van de cliënt financiële transacties via de derdenrekening verrichten, dan kwalificeren ze als onderworpen entiteiten onder de witwaspreventiewet en moeten ze nauwgezet KYC-maatregelen toepassen om te vermijden dat ze onbewust misbruikt worden voor witwasdoeleinden. Ook moeten advocaten uiteraard waakzaam zijn dat ze niet als geldezels (‘money mules’) worden ingezet.
- Vastgoed
De CFI stelt vast dat de binnen- en buitenlandse investeringen in vastgoed frequent het sluitstuk vormen van de dienst geleverd door het witwasnetwerk. Volgens de CFI worden via facilitatoren zoals advocatenkantoren of immobiliënmakelaars onder meer in Spanje, de V.A.E., Turkije en Marokko panden aangekocht met geld van verschillende vennootschappen die geen enkele band hebben met de toekomstige eigenaars.
Criminelen gebruiken daarbij vaak TPPs. De werkelijke kopers maken via professionele witwassers gebruik van rechtspersonen om financiële transacties uit te voeren voor vastgoedaankopen. Vastgoed kopen via TPP's maakt het mogelijk om de identiteit van de echte koper of de herkomst van de fondsen te verbergen.
- Cryptovaluta
De CFI merkt tot slot op dat cryptovaluta steeds vaker als betalingsmiddel worden gebruikt in B2C- en B2B-relaties. Meervoudige waakzaamheid is dan op zijn plaats. Zo bestaan er immers risico’s op het vlak van belastingontwijking en -ontduiking en op het witwassen van geld (bv. via ‘Trade Based Money Laundering’ (TBML) met facturen die betrekking hebben op de aankoop van goederen).
De meeste meldingen van Belgische onderworpen entiteiten betreffen verdachte overschrijvingen afkomstig van cryptoserviceaanbieders of daaraan gekoppelde betalingsinstellingen (Payment Service Providers). Dit soort meldingen heeft vooral betrekking op de onduidelijke of niet verklaarde herkomst van de overgeschreven gelden. Er is ook regelmatig sprake van interactie tussen ‘wallets’ van Belgische betrokkenen en cryptoadressen die gelinkt zijn aan misdrijven of herkend werden als een ‘smart contract’ dat gebruikt werd om de herkomst of bestemming van de fondsen te verbergen.
De CFI bracht de doorgemelde cryptodossiers het vaakst in verband met het witwassen van fondsen die voortkwamen uit oplichting, informaticacriminaliteit en ernstige fiscale fraude. Ze koppelde haar vermoedens van witwassen aan misdrijven die zowel op als buiten de blockchain plaatsvonden.
Belangrijkste onderliggende misdrijven
De CFI identificeert georganiseerde misdaad, drughandel, oplichting, corruptie-verduistering, en online seksueel misbruik (m.i.v. kinderpornografie) als de belangrijkste onderliggende misdrijven waarvan de criminele opbrengsten worden witgewassen.
Voor de georganiseerde misdaad stelt de CFI vast er sprake is van een mix aan witwastechnieken, zoals transfers in contanten, de injectie van kapitaal in bedrijven die actief zijn in sectoren die als risicovol worden beschouwd (bouwsector, cash-intensieve bedrijven in de horeca en logistiek, met inbegrip van vervoer en import-/exportactiviteiten), het witwassen van geld door compensatie, het witwassen via handelstransacties (TBML), betalingen voor rekening van derden (TPP) en de aankoop van onroerend goed. Het misbruik van bedrijfsstructuren door te infiltreren in legale commerciële structuren (bv. door overname van KMO’s in financiële moeilijkheden) of door zelf zulke structuren te creëren, speelt een sleutelrol. De identiteit van de werkelijk(e) begunstigde(n) wordt vaak verhuld met hulp van stromannen. Lege vennootschappen en onderaannemingsketens faciliteren dan weer grootschalige belasting- en socialezekerheidsfraude.
Bij drughandel is er sprake van criminele netwerken die als dienst zwart geld van drughandelaars witwassen en drughandelaars die hun opbrengsten zelf witwassen (‘self- of auto-laundering’). In dat laatste geval worden vaak eenvoudige witwastechnieken gebruikt die tot doel hebben om (on)roerende goederen te verwerven. Denk daarbij niet alleen aan bedrijven die actief zijn in de handel of verhuur van luxewagens, maar ook investeringen in luxehorloges en vastgoed.
Voorbeeld vastgoed
Binnen- en buitenlands vastgoed blijft een belangrijke manier om crimineel geld uit drughandel wit te wassen. Illegale cash kan gebruikt worden om via zwartwerken de panden te renoveren, op te waarderen en door te verkopen. Om inbeslagname te vermijden na een eventueel proces wordt het vastgoed soms officieel op naam gezet van vennootschappen of van familieleden van de betrokkenen. Ook bij het verwerven van het vastgoed worden constructies opgezet tussen familie of vrienden, waarbij via onderhandse leningen geprobeerd wordt om het spoor van het geld te verbergen. Vastgoed kan ook aangekocht worden om te verhuren of om handelszaken in onder te brengen. Cashstortingen worden dan verklaard door huurinkomsten of door inkomsten uit de commerciële activiteit. Horeca en kleinhandel op het vlak van voeding of kleding komen frequent voor.
Vanuit de V.A.E. doen drugscriminelen ook voor grote bedragen aankopen voor familieleden in België of elders in de wereld. Ze maken dan gebruik van kredietkaarten met hoge limieten, gekoppeld aan rekeningen bij banken of Payment Service Providers in de Emiraten.
Oplichting blijft het belangrijkste basismisdrijf en kan allerlei vormen aannemen. Eén oplichtingsvorm die aan een opmars bezig is, is investeringsfraude, waarbij een massale zoektocht naar slachtoffers wordt gecombineerd met een intensieve opvolging van de slachtoffers die aan de haak zijn geslagen. Naast ‘money mules’ wordt ook beroep gedaan op schermvennootschappen, Payment Service Providers (PSPs) en VASPs (Virtual Asset Service Provider) om geld te laten circuleren, te verplaatsen naar het buitenland of om te zetten in crypovaluta.
De CFI ontving ook dossiers over corruptie-verduisteringen waarbij politiek prominente personen en hun naaste omgeving betrokken waren. Zij waren afkomstig uit landen, ook kwetsbare en door conflicten getroffen staten, uit diverse regio’s van de wereld, waaronder Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De meesten onder hen waren betrokken in sectoren of bij transacties met een hoger risico op corruptie, zoals politiek, openbare aanbestedingen, consultancy, mijnbouw, bouw en infrastructuur, transport, energie en gezondheidszorg. Daarbij maakten ze vooral gebruik van contanten (voornamelijk stortingen in contanten op rekening, maar ook contant geldvervoer en money remittance verrichtingen), internationale overschrijvingen, kansspelen, vastgoedtransacties, luxegoederen, tussenpersonen en schermvennootschappen.
Trends bij de financiering van terrorisme
Het zwaartepunt van de dossiers van de CFI lag ook in 2024 op het fenomeen jihadistische terreurorganisaties en ‘afreizigers’ (foreign terrorist fighters). Ook zijn er veel meldingen die verband houden met het conflict tussen Israël en Hamas.
In deze context zijn traditionele banksystemen, cashverrichtingen en systemen van geldverzending (‘money remittance’) nog altijd gangbare instrumenten om internationaal geld te verplaatsen. Tegenwoordig wordt er eveneens steeds vaker beroep gedaan op Payment Service Providers (PSPs), neobanken, vooraf betaalde kredietkaarten of virtuele valuta.
Ook rechts-extremisme maakt volgens de CFI een beperkt, doch structureel deel uit van haar analyses. De verrichtingen hebben een sterke lokale dimensie met geldstromen gekoppeld aan activiteiten binnen een beperkte geografie, lidmaatschap van gemeenschappelijke clubs en organisatie van lokale evenementen en/of verkoop van merchandise. Tegelijkertijd zijn er elementen die wijzen op een zekere mate van buitenlandse invloed, bijvoorbeeld door de uitbetalingen van internationaal georiënteerde crowdfundingplatformen en het gebruik van buitenlandse PSPs om binnenlandse betalingen te verrichten.
In 2024 heeft de CFI ook dossiers behandeld waarin sprake was van een zogenaamde ‘crimeterror nexus’. De 'nexus' is een overkoepelende term die wordt gebruikt om verbanden, connecties, allianties en/of convergentie aan te duiden tussen (georganiseerde) misdaad en terroristische actoren en activiteiten. Professionele witwasmechanismen zoals het opzetten van handelsstructuren om de oorsprong of bestemming van geld te verstoppen (‘Trade Based Terrorism Financing’ of TBTF) of systemen met ‘Third PartyPayments’ (TPP) lenen zich voor financiering met een terroristisch motief.
Internationale trends: belang van technologie
Criminele organisaties die witwasstructuren opzetten beschikken volgens de CFI in toenemende mate over aanzienlijke technologische expertise. Bij gebrek aan tijdige regulering door de wetgever, vertonen nieuwe technologieën en digitalisering zwakke plekken die criminelen maar al te graag uitbuiten voor witwasdoeleinden.
Ook de internationalisering van het financiële verkeer en het grensoverschrijdend aanbieden van betaaldiensten bieden criminelen opportuniteiten om geld wit te wassen. De CFI wijst op het risico van 24/7-digitale financiële diensten en transacties. Het gebruik van vIBANs door Payment Service Providers vormt een grote uitdaging voor financiële onderzoeksdiensten bij het lokaliseren van de rekeningen.
De CFI heeft in 2024 in verschillende dossiers vastgesteld dat technologie gebruikt werd om systemen op te zetten om geld wit te wassen of fondsen onder de radar te houden met het oog op het ontwijken van sancties.
Voorbeeld Smart contracts
De CFI wijst onder meer op een buitenlands platform waarop handelscontracten – met diverse goederen als onderliggende waarden – werden gedigitaliseerd en verhandeld. In dit dossier werden smart contracts op blockchain geregistreerd om de link met onderliggende goederen te verhullen. De buitenlandse financiële instellingen zagen enkel betalingen aan de uitbaters van het handelsplatform met refertes die verwezen naar de levering van softwarediensten en hadden geen zicht meer op de aard van de goederen of de tussenkomende partijen in de transacties. Dit verpakken van handelstransacties als ‘virtual assets’ (‘tokenization’) kent veel legale toepassingen met een blockchain als ultiem controlemiddel voor de eigendom, maar wordt dus ook in een criminele context gebruikt.
Ook de digitale reclamemarkt wordt voor witwasdoeleinden gebruikt. Online advertentieruimte wordt verhandeld op basis van het aantal ‘clicks’ of ‘views’ dat de advertenties kunnen krijgen. Controle van de werkelijke waarde is echter complex, en platformen die vraag en aanbod voor online advertenties met elkaar matchen handelen dikwijls ook de betalingen af. Opnieuw kunnen de financiële instellingen op die manier het zicht verliezen op de uiteindelijke begunstigden of de herkomst van het geld, of kunnen aanbieders en klanten op de platformen met elkaar samenwerken om niet gerealiseerde inkomsten te verantwoorden en zo geld wit te wassen.
Tot slot maken criminelen al volop gebruik van AI-toepassingen bij oplichting of de automatisering van hun criminele activiteiten.
Meldingsstatistieken voor advocaten in België
Lees het volledige rapport
Ook interessant
EU treft nieuwe economische en financiële sancties tegen Rusland
De Europese Unie heeft op 18 juli 2025 een nieuw pakket aan sanctiemaatregelen uitgevaardigd tegen Rusland in het kader van de oorlog in Oekraïne. In dit nieuwsbericht geven we u overzicht van de belangrijkste maatregelen in dit achttiende sanctiepakket.
Wijzigingen aan de lijst van verdachten van terrorisme
Er werden twee personen toegevoegd aan de nationale lijst van personen en entiteiten die verdacht worden van terrorisme. Bekijk de aangepaste lijst.