Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 88

Betrekkingen met zaakwaarnemers - voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de overheden van de Orde - rechtstreekse band met cliënt - advocaat geen ondermandataris van de zaakwaarnemers - mits de cliënt zelf waar nodig rechtstreeks wordt op de hoogte gehouden kan de (meeste) correspondentie via de zaakwaarnemer geschieden


Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Ik dank U voor uw brief van 21 juni 2000 met bijlagen en kan U als volgt van advies dienen :

1. Uw balie heeft geen eigen reglement i.v.m. de betrekkingen met zaakwaarnemers, zodat wij hier dienen terug te vallen op het Nationaal Reglement “Betrekkingen tussen de zaakwaarnemers en de advocaten” van 28 juni 1990.

Dat voorziet o.m. in de noodzaak van een voorafgaandelijke uitdrukkelijke en tijdelijke toelating vanwege de overheid van de Orde (artikel 3), dus hetzij de Stafhouder hetzij de raad van de Orde.

Hoewel P. Lambert (Règles et usages de la profession d’avocat du Barreau de Bruxelles, 3de uitg., 717) stelt dat de aanduiding in dat artikel 3 i.v.m. de verdediging van de belangen “die voordien toevertrouwd waren aan een zaakwaarnemer” inhoudt dat de zaakwaarnemer dus uit de zaak moet verdwijnen eens de advocaat is aangesteld en, dat dus niet verder met de zaakwaarnemer mag gecorrespondeerd worden nadien bv., lijkt mij deze interpretatie verkeerd.

Indien zulks de regel was, diende er immers geen Nationaal Reglement te bestaan, omdat het onverschillig is wie de cliënt bijstond voor de advocaat optreedt.

Met een tijdelijke toelating wordt bedoeld dat ze ten allen tijde kan ingetrokken worden, mochten zich problemen voordoen.

2. De Stafhouder (of raad van de Orde) zal in zijn onderzoek voorafgaandelijk de toelating, het bona fide karakter van de zaakwaarnemer onderzoeken (dat hier blijkbaar geen probleem oplevert) en toezicht houden op de gemaakte afspraken.

Een deling van de erelonen of no cure no pay systeem (pactum de quota litis) is niet toegelaten, maar volgens het Antwerps reglement (24 oktober 1988 - Reglement op de verhouding tot cliënteel verwezen door “derden”) mag de derde wel instaan voor uitvoering der betaling i.p.v. en voor de cliënt.

3. Een belangrijke regel die in de diverse reglementen - doch niet in dat van de Nationale Orde - voorkomt, is dat de advocaat zijn mandaat moet krijgen van de cliënt of minstens van hem de bevestiging ervan moet krijgen (wat op impliciete en stilzwijgende wijze kan geschieden door bv. een bevestigingsbrief van de advocaat rechtstreeks aan de cliënt, met kopie aan het incassokantoor), en dat hij de cliënt zelf “telkens wanneer nodig of dienstig” op de hoogte moet houden, ook schriftelijk.

De cliënte blijft dominis litis, de advocaat behoudt ten allen tijde de leiding van het proces, en wordt dus geen ondermandataris of uitvoeringsagent van de derde - incassovennootschap.

Het zou immers strijdig zijn met de openbare orde, mocht de advocaat geen rechtstreekse band van verantwoording en verantwoordelijkheid hebben met zijn cliënt met het oog op zijn mandaat ad litem (Brussel, 1 oktober 1987, Jur. Liège, 1987, 1453).

4. Personen mogen in opdracht van de cliënt deze bijstaan in zijn verhouding tot de advocaat naar aanleiding van een proces, doch ze worden geen hoofdmandataris, en de advocaat geen ondermandataris.

Het mandaat at litem en wat daarbij hoort is een rechtstreeks mandaat tussen advocaat en cliënt.

Waar de zaakwaarnemer schrijft dat zij ook voor de opdrachten van vennootschappen die geen deel uitmaken van de groep wenst dat het contact tussen de advocaat en de cliënt schuldeiser via haar verloopt, is dat aanvaardbaar (en gebeurt dat ook algemeen zo in dergelijke opdrachten met bona fide zakenkantoren), voor zover deze relatie wordt gezien als een verhuring van diensten tussen de cliënt en dat zakenkantoor.

Ook de Nederlandse gedragsregel 35 (niet enkel voor zaakwaarnemers geldend) stelt immers :

“De advocaat mag een opdracht van een tussenpersoon, die niet als advocaat is ingeschreven, uitsluitend aanvaarden indien hij ervan overtuigd is dat de opdracht met instemming van de cliënt is gegeven en hij zich bovendien het recht heeft voorbehouden zich ten allen tijde rechtstreeks met de cliënt te verstaan.”

5. De vertegenwoordiging in rechte kan zoals gezegd niet geschieden “via het mandaat waarover de zaakwaarnemer zelf vanwege haar opdrachtgever beschikt”.

Maar dit betekent geenszins dat, zoals de zaakwaarnemer blijkt te veronderstellen, de opdracht en de correspondentie formeel steeds via haar cliënten dienen te lopen.

Ik heb reeds aangeduid dat de advocaat er zowel naar Nederlandse als Belgische deontologische begrippen enkel dient voor zorg te dragen dat hij rechtstreeks verantwoording en verantwoordelijkheid draagt t.o.v. de cliënt, en hem dus eventueel door een dubbele correspondentie, telkens waar nodig of dienstig, op de hoogte houdt (STEVENS, J., Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, nr 583).

Indien daarop wordt acht geslagen, is er geen enkel bezwaar tegen de U gevraagde toelating.

Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 295

Meer lezen

Advies 89

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen