Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 459

Een gerechtelijk mandataris is in de regel in niet gebonden door een beroepsgeheim. Dit neemt niet weg dat hij een discretieplicht heeft en niet zomaar alles mag rondbazuinen wat hij in het kader van zijn mandaat te weten komt. Zo zal de gerechtelijk mandataris de privégegevens die hij verneemt dienen te respecteren - de briefwisseling van een particulier of van een rechtspersoon rechtstreeks met de curator heeft geen vertrouwelijk karakter.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

U stelt mij volgende vraag:

Een advocaat wordt aangesteld al curator van een faillissement. In die hoedanigheid correspondeert hij met een bepaalde persoon, die optreedt namens een vennootschap. Dit blijkt uit de briefwisseling met de hoofding van de vennootschap. Enkele jaren later wordt dezelfde advocaat aangesteld als curator van een andere vennootschap, waarbij hij moet vaststellen dat er een procedure hangende is voor de rechtbank, tussen de gefailleerde vennootschap en een andere vennootschap (zijnde dezelfde die hij tegenkwam in een vroeger faillissement). De achterban stelt dat in het kader van dit nieuwe faillissement hij geen vertegenwoordiger is van die vennootschap en dat men zich aldus zeker niet kan beroepen op schijnmandaat, hetgeen door de rechtbank ook wordt gevolgd in een vonnis dat dateert van net voor het faillissement. In het kader van die zaak is er thans hoger beroep. De vraag die zich stelt is of de curator in het kader van dit faillissement, waarvoor hij recent is aangesteld, beroep mag doen op de stukken die hij heeft in het andere oudere faillissement en die bewijzen dat de achterban van de andere vennootschap wel degelijk optrad in naam van die andere vennootschap. Heb ik het juist voor dat hier het beroepsgeheim niet stelt dat de advocaat in beide zaken een gerechtelijk mandaat uitoefent.

Advies

Het is inderdaad zo dat een gerechtelijk mandataris niet over een beroepsgeheim beschikt. Vanuit dat standpunt meen ik dan ook dat de briefwisseling van een particulier of van een rechtspersoon rechtstreeks met de curator geen vertrouwelijk karakter heeft.

Een tegenpartij die de gerechtelijk mandataris aanschrijft dient te weten dat zijn brief geen vertrouwelijk karakter kan hebben en dat de gerechtelijk mandataris niet met hem gebonden is door enig beroepsgeheim, tenzij de mandataris de vertrouwelijkheid voorafgaandelijk heeft gegarandeerd.

De vraag rijst hier evenwel of de gerechtelijk mandataris die met de particulier/rechtspersoon gecorrespondeerd heeft zomaar de briefwisseling met deze particulier mag aanwenden in een ander faillissement waarvan hij (toevallig) eveneens de curator is.

De gerechtelijk mandataris is zoals gezegd –in de regel- niet gebonden door enig beroepsgeheim tegenover de kwestieuze rechtspersoon/particulier maar dit neemt niet weg dat hij een discretieplicht heeft en niet zomaar alles mag rondbazuinen wat hij in het kader van zijn mandaat te weten komt. Zo zal de gerechtelijk mandataris de privégegevens die hij verneemt dienen te respecteren. Ik neem evenwel aan dat in de kwestieuze brief die de curator ontving van de particulier/rechtspersoon geen vertrouwelijke- of privégegevens vermeld staan.

De brief kan mijns inziens slechts door de curator van het (tweede) faillissement aangewend worden indien deze het op rechtmatige wijze heeft verkregen. Ik meen dat hierover geen bezwaar bestaat nu de curator (toevallig) dezelfde is voor de twee faillissementen.

Gezien in de regel de brief van de particulier/rechtspersoon aan de curator geen vertrouwelijk karakter heeft, gezien de brief wellicht geen vertrouwelijke gegevens bevat en gelet op het feit dat de brief op rechtmatige wijze in handen werd gegeven van de tweede curator die in casu dezelfde is als voor het eerste faillissement, meen ik dat de brief wel degelijk kan worden voorgelegd in de rechtszaak.

Edward Janssens

Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 780

Meer lezen

Advies 779

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen