Deontologie-advies Advies 320
Een advocaat moet zich op zijn beroepsgeheim beroepen wanneer hij door derden (in casu de fiscus) wordt gecontacteerd om informatie over een cliënt te bekomen, behalve wanneer hij in het kader van de verdediging van de cliënt bepaalde informatie moet geven
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
De probleemstelling die u voorlegt is de volgende. De rechtbank van eerste aanleg te Veurne sprak bij vonnis dd. 20.09.2007 de ontbinding uit van een verkoopovereenkomst tussen de heer A en de B. Omdat de vordering tot ontbinding werd ingesteld buiten het jaar zijn er op deze onderhandse overeenkomst registratierechten verschuldigd en een boete voor laattijdige registratie. Om een juiste berekening van de verschuldigde bedragen te kunnen maken vroeg de dienst Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën aan mr. X een afschrift van de verkoopovereenkomst. Omdat mr. X niet ingaat op deze vraag, wendt de dienst Patrimoniumdocumentatie zich tot de stafhouder van Veurne, die u de brief van de FOD Financiën overmaakte.
Advies
Ik verwijs naar advies 273 van het departement deontologie.
In het advies 273 gaat het over vragen van de fiscale administratie directe belastingen, maar het advies geldt ook voor vragen van een andere (fiscale) administratie, met dien verstande dat de bijzondere regeling van artikelen 322 en 323 WIB92 enkel geldt voor de directe belastingen.
De advocaat die door derden wordt gecontacteerd om informatie te bekomen over een cliënt dient zich op zijn beroepsgeheim te beroepen, behalve wanneer hij in het kader van de verdediging van de cliënt bepaalde informatie moet geven. Dit geldt evenzeer voor vragen van een overheidsdienst.
In casu vraagt de fiscus een document aan mr. X, dat hij in zijn bezit heeft door zijn beroepsuitoefening. Hij is dan ook gebonden door zijn beroepsgeheim, waardoor hij noch dit document, noch de inhoud ervan mag overmaken aan de fiscus.
Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie