Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 312

Eerherstel in tuchtzaken voor advocaten ingevoerd door de wet van 21 juni 2006 – eerherstel kan niettegenstaande de bewoording van artikel 472 § 2 Ger. W. toegepast worden op schorsingen uitgesproken door de raad van de Orde voor de inwerkingtreding van de wet van 21 juni 2006 – verzoek richten aan de tuchtraad / tuchtraad van beroep.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Artikel 472 §2 Ger.W. bepaalt dat een geschorste advocaat aan de tuchtraad of aan de tuchtraad van beroep die de schorsing heeft uitgesproken eerherstel kan vragen na een termijn van 6 jaar te rekenen van de uitspraak.

Een stafhouder stelt de vraag of deze regel ook kan worden toegepast op schorsingen die werden uitgesproken door de raad van de Orde voor de inwerkingtreding van de wet van 21.06.2006.


Advies

Voor de wet van 21.06.2006, waarbij het artikel 472 §2 Ger.W. werd ingevoerd, bestond eerherstel in tuchtzaken voor advocaten niet.

Louter op grond van een tekstargument zou men kunnen stellen dat eerherstel niet mogelijk is voor schorsingen uitgesproken door de raad van de Orde. De wet stelt immers dat de geschorste advocaat eerherstel kan vragen aan de tuchtraad of aan de tuchtraad van beroep "die de schorsing heeft uitgesproken". Vermits de schorsing werd uitgesproken door de raad van de Orde en niet door de tuchtraad of de tuchtraad van beroep, zou men kunnen stellen dat voor deze schorsing de procedure van eerherstel niet geldt.

Deze al te letterlijke interpretatie van de wet stuit evenwel op tal van bezwaren.

Ik heb het probleem ook besproken op de vergadering van de voorzitters en de secretarissen van de tuchtraden en de tuchtraad van beroep en deze waren vrij unaniem van oordeel dat het in elk geval mogelijk zou moeten zijn om een onder het vroeger regime geschorste advocaat eerherstel te geven.

Er werd onder meer geopperd dat het principe van de onmiddellijke toepassing van de mildere strafwet ook moet worden gehanteerd in tuchtzaken.

Mijns inziens zou het ook strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel om de nieuwe wet aldus te interpreteren dat enkel na de inwerkingtreding van de wet van 21.06.2006 geschorste advocaten in aanmerking komen voor eerherstel.

De woorden "tuchtraad" en "tuchtraad van beroep" in artikel 472 §2 Ger. W. mogen mijns inziens daarom niet eng worden geïnterpreteerd.

Ook wanneer de schorsing is uitgesproken door de raad van de Orde "zetelend als tuchtraad" moet een eerherstel mogelijk zijn na verloop van 6 jaar.

Gezien de raad van de Orde na de wetswijziging van 21.06.2006 geen enkele tuchtrechtelijke bevoegdheid meer heeft en deze tuchtrechtelijke bevoegdheid is overgedragen aan de tuchtraad, moet het verzoek tot eerherstel mijns inziens worden gericht aan de tuchtraad, respectievelijk de tuchtraad van beroep.

In het concrete geval dat mij telefonisch werd toegelicht, zou wellicht bij wijze van testcase deze vraag kunnen worden gericht aan de bevoegde tuchtraad.

Het zal uiteindelijk moeten blijken uit de rechtspraak van de tuchtraad en in sommige gevallen de tuchtraad van beroep op welke wijze het artikel 472 §2 Ger. W. moet worden geïnterpreteerd ten aanzien van oudere tuchtsancties.

Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 768

Meer lezen

Advies 709

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen