Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 170

Advocaat met zelfstandig bijberoep psychoanalytisch therapeut - voorwaardelijke onverenigbaarheid - bevoegdheid raad van de Orde - verenigbaarheid - afgescheiden praktijken, geen onderlinge referentie, geen cliënten die ook patiënten zijn



Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

1. Het probleem dat gesteld wordt, is dat een confrater van uw balie zich afvraagt of zij zich in bijberoep kan vestigen als psychoanalytisch therapeut (geen inschrijving in het handelsregister, geen B.T.W., e.d.) en wel als zelfstandige op een ander dan het kantooradres.

Er zou geen enkele referentie zijn naar haar respectieve praktijken, noch in haar kantoor, noch op briefpapier e.d. Betrokkene zou echter wel een vermelding willen nemen in de Gouden Gids onder de noemer "psychoanalist - psychotherapeut", en bovendien stelt ze zich de vraag of indien ze toegelaten wordt tot deze praktijk, zij dan in aankondigingen van voordrachten e.d.m. haar beide hoedanigheden al dan niet mag vermelden.

In afwachting van de schriftelijke nadere omschrijving van het beroep van psychoanalist - psychotherapeut en het antwoord op de vraag of dit beroep beheerst wordt door één of ander reglement en/of deontologische regel, legt U mij deze vraag reeds voor.

2. Indien het om een onverenigbaarheid zou gaan, zou het gaan om een voorwaardelijke onverenigbaarheid, zoals bepaald in artikel 437, 4° Ger.W., t.t.z. werkzaamheden en betrekkingen die niet noodzakelijk incompatibel zijn, zoals de ambten bedoeld in artikel 437, 1° tot 3°, doch die slechts onverenigbaar zijn met het beroep van advocaat indien ze de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie in gevaar kunnen brengen.

De toestand wordt geval per geval of categorie per categorie onderzocht. De bevoegdheid komt specifiek toe aan de raad van de Orde onder voorbehoud van de reglementaire bevoegdheid tot unificatie van de Nationale Orde of van de Orde van Vlaamse Balies.

Wat deze nationale instanties betreft, bestaat er enkel het reglement van 8 februari 1979 betreffende "gerechtelijk mandaat en advocaat onverenigbaarheden". Voor de rest is deze materie dus vrij ter beoordeling van de plaatselijke raden van de Orde.

3. Zoals C. Cambier opmerkt (Droit judiciaire civil, T. 1, Précis de la faculté de droit de l'université catholique de Louvain, Brussel, Larcier, 1974, pag. 704) blijkt uit artikel 437, 4°, dat de wetgever de gelijktijdige uitoefening van twee beroepen principieel toestaat, behoudens indien de gelijktijdige uitoefening de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie in gevaar kan brengen.

De toestand is enigszins anders in Duitsland, waar door het grondwettelijk Hof (het Bundesgerichtshof) het grondwettelijk recht op vrijheid van beroepskeuze wordt geïnterpreteerd als insluitende het recht meerdere beroepen uit te oefenen (STEVENS, J., Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, Kluwer, Antwerpen, 2de ed., 1997, pag. 214).

Het is een interpretatie die in België niet geldt op dit ogenblik en zoals gezien heeft de wetgever aan de Orde voorbehouden om te bepalen welke beroepen er verenigbaar zijn met dat van een advocaat.

4. In elk geval dienen de beroepen gescheiden te blijven en kan de advocaat niet van de prerogatieven en rechten die hij als advocaat bezit, gebruik maken bij de vervulling van taken of diensten buiten de advocatuur.

Omgekeerd is het natuurlijk uitgesloten dat een advocaat zich op zijn ander beroep zou gaan beroepen om dit als argument of als middel in een procedure te gebruiken.

Uit het voorgaande volgt reeds dat het uw raad van de Orde zal zijn die moet oordelen of het beroep van advocaat kan gecombineerd worden met een bijberoep als psychoanalist - psychotherapeut onder de omstandigheden die U, zoals ik uit uw brief lees, nog voor een deel moeten bekend gemaakt worden.

Ikzelf meen, zoals ook de commissie deontologie en de raad van bestuur, dat in principe de beide beroepen verenigbaar kunnen geacht worden voor zover ze als zelfstandige worden uitgeoefend.

Het is evident dat er geen referentie kan zijn naar de twee praktijken en dat de beide beroepen niet kunnen uitgeoefend worden op hetzelfde adres.

Wanneer een vermelding wordt genomen in de Gouden Gids onder de noemer "psychoanalist - psychotherapeut", mag deze niet verwijzen naar het ander adres en de andere personalia als advocaat, en omgekeerd.

Ik zie echter geen probleem met het vermelden van de titel van advocaat of van psychotherapeut in lezingen, enz., waar dat enig belang kan hebben. Vanzelfsprekend kan dat niet gebeuren in conclusies en het briefpapier dient bovendien gescheiden te blijven.

Het moet dus gaan om aparte vestigingen, apart cliënteel en aparte vermeldingen. Het is evident dat de advocaat de patiënt niet als cliënt kan hebben en de psychotherapeut niet de cliënt als patiënt.

Het gaat om contracten intuitu personae met een eigen inhoud, doelgerichtheid en deontologie.

Stafhouder Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen