Ga verder naar de inhoud

V-170: Beslissing 29 mei 2018

Deel dit artikel

  • Ontvankelijkheid
  • Art. 97, lid 2 en 3 Codex 
  • Art. 106 Codex
  • Resultaatsverplichting
  • Beroepsgeheim
  • Art. 6 EVRM
  • Berisping

Feiten

Kennisname door de advocaat op 30 november 2016 van een verstekvonnis d.d. 23 november 2016 ten laste van tegenpartij en ten voordele van zijn cliënt.

Tussenkomst van twee confraters voor tegenpartij – veroordeeld bij verstek – werd ter kennis gebracht aan de advocaat per officiële brief van 23 november 2016.

Cliënt verzocht aan de advocaat om:

  • het bestaan van het verstekvonnis te verzwijgen tegenover de tegenstrevers;
  • tot betekening ervan over te gaan

Op 1 december 2016 werd opdracht aan de gerechtsdeurwaarder gegeven om tot betekening van het verstekvonnis over te gaan zonder dat de advocaat zijn tegenstrevers daarvan op de hoogte bracht.

Ontvankelijkheid

  • de vermelding door tegenstrever-klager op te treden als raadsman van tegenpartij heeft niet tot gevolg dat de klacht onontvankelijk zou zijn.
  • de organisatie van de procedure om een advocaat in te lichten dat tegen een beslissing van de stafhouder bezwaar is ingediend bij de voorzitter van de Tuchtraad voor advocaten van het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel is niet formeel geregeld. Een secretariaatsfout kan niet leiden tot de onontvankelijkheid van de vordering.

Bewezen inbreuken

  • Art. 97, lid 2 en 3 van de Codex deontologie voor advocaten
  • Art. 106 van de Codex deontologie voor advocaten

Het is een resultaatsverplichting om de tegenstrever in te lichten over een nakende betekening van het vonnis ten laatste op het ogenblik dat de advocaat de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder geeft tot betekening van het vonnis.

In geval van twijfel kon de advocaat de stafhouder consulteren voor raad.

De naleving van deontologische verplichtingen, is niet aan de formele goedkeuring van de cliënt onderworpen. De deontologische verplichtingen overstijgen contractuele afspraken tussen advocaten en cliënten.

Wanneer het beroepsgeheim wordt ingeroepen als verantwoording om op latere datum, deze informatie niet meer door te geven, gaat het om een oneigenlijk inroepen van het beroepsgeheim.

De deontologische regel heeft juist tot doel om de vereiste van het beroepsgeheim met deze van de confraterniteit te verzoenen.

Art. 106 Codex verzekert de uitwerking van de concrete en effectieve naleving van de rechten van verdediging, algemeen rechtsbeginsel van openbare orde, en dat de naleving ervan moet worden verzekerd. Het eigen belang van de cliënt (art. 97, 1ste lid Codex) dat een advocaat dient te dienen, kan er niet toe leiden dat specifieke resultaatsverplichtingen niet worden nageleefd. Het feit dat de vordering tegensprekelijk moet worden behandeld kan op zichzelf niet als een “nadeel” voor de cliënt in een rechtsstrijd worden gekwalificeerd (art. 6 EVRM).

Strafmaat

Aan de advocaat wordt de berisping als straf opgelegd.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen