De advocaat tekende hoger beroep aan tegen de beslissing van de stafhouder van zijn balie waarbij hem de bewarende maatregel van een paleisverbod gedurende de periode van 3 maanden werd opgelegd. De advocaat werpt op dat de beslissing tot stand kwam met schending van de rechten van verdediging, aangezien hij verhoord werd door de stafhouder zonder kennis van de feiten waarover het verhoor zou gaan en zonder voorafgaande toegang tot de stukken van het dossier. De advocaat voert de schending van de taalwet in gerechtszaken aan door het gegeven dat in de bestreden beslissing een korte passage in de Franse taal werd opgenomen. De advocaat stelt ook dat de beslissing van de stafhouder niet gemotiveerd is en de beslissing niet gegrond, redelijk en proportioneel is.
De tuchtraad van beroep is van oordeel dat het ontzeggen van de toegang tot het gerechtsgebouw een uiting is van het persoonlijke disciplinaire gezag van de stafhouder. De tuchtraad van beroep kan zich-voor wat betreft de bewarende maatregelen- niet in de plaats stellen van de stafhouder. De tuchtraad van beroep kan de maatregel wel opheffen of vernietigen, bv. als deze kennelijk onredelijk is of buitenproportioneel. De tuchtraad van beroep bevestigt de bestreden beslissing, behalve enkele onderdelen waaronder het citaat in de Franse taal en met uitzondering van de opgelegde duur ervan.De tuchtraad van beroep oordeelt evenwel dat de evenredigheid van de bewarende maatregel en de redelijkheid ervan, beter bereikt wordt als het paleisverbod beperkt wordt tot één maand.