- Hoger beroep zoals in tuchtbeslissing
De betrokkene tekent hoger beroep aan tegen de beslissing van de raad van de Orde tot intrekking van de machtiging tot het voeren van de titel van ere-advocaat en tot schrapping uit de lijst van ere-advocaten van de balie omdat hij reeds twee opeenvolgende jaren de jaarlijkse bijdrage niet betaalde.
De tuchtraad van beroep verwijst naar artikel 436 Ger.W. dat bepaalt dat het voeren van de titel van ere-advocaat afhankelijk is van een machtiging door de bevoegde raad van de Orde om die titel te voeren. In het artikel staat te lezen dat het voeren van die titel inhoudt dat aan de voorwaarden voor de toekenning van de titel wordt voldaan, bij gebreke waarvan, de bevoegde Orde die machtiging te allen tijde kan intrekken. De tuchtraad van beroep verwijst vervolgens naar de artikelen 65 en 94 van de Codex Deontologie voor Advocaten, welke de verplichting tot betaling van de bijdrage bepalen.
De tuchtraad van beroep bevestigt de bestreden beslissing.