- Briefwisseling
- Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
- Derdengelden / derdenrekening
- Gedeeltelijke vrijspraak
- Schorsing
De advocaat werd door de tuchtraad veroordeeld wegens schending van het vertrouwelijk karakter van de briefwisseling met de stafhouder, wegens het manipuleren van een proces-verbaal en het in de steek laten van een cliënte tijdens een verhoor door het verhoor vroegtijdig te verlaten. Ook werd hij vervolgd voor ongepaste uitlatingen
De tuchtraad van beroep verwijst in haar beslissing naar de motivering van de tuchtraad. De tuchtraad van beroep bevestigt dat de verantwoording van de advocaat dat hij gebruik maakte van de briefwisseling van de stafhouder “om zich te verdedigen” niet aanvaard kan worden aangezien er andere mogelijkheden voorhanden waren om dat te doen. Ook wat betreft het manipuleren van een proces-verbaal en het in de steek laten van een cliënte tijdens een verhoor door het verhoor voortijdig te verlaten, acht de tuchtraad de feiten bewezen. Wat de ongepaste uitlatingen van de advocaat aan de stafhouder betreft echter meent de tuchtraad van beroep dat deze geen inbreuk uitmaken op de beginselen zoals bedoeld in artikel een van de Codex Deontologie voor Advocaten. De tuchtraad van beroep meent dat niet gebleken is dat de gedane opmerkingen ongepast zijn en dat ze enkel aan de stafhouder zijn gedaan. De advocaat wordt voor deze feiten dan ook vrijgesproken.
Voor de overige bewezenverklaarde feiten veroordeelt de tuchtraad van beroep de advocaat tot de tuchtsanctie van een schorsing van een maand, waarvan de helft met uitstel onder voorwaarden.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAG-867: Beslissing 17 september 2025
Briefwisseling
Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
Derdengelden/derdenrekening
Gedeeltelijke vrijspraak
Schorsing