- Media
- Beledigingen an andere vormen van gebrek aan eerbied
- Vrijspraak
- Opschorting onder voorwaarden
De advocaat werd door de tuchtraad vrijgesproken voor volgende feiten:
- A. Andere dan bij wet voorziene ambtskledij gedragen te hebben.
- B. In de pers uitlatingen te hebben gedaan over een magistraat die een bepaald dossier behandelt.
- C. Zich in de media op een niet serene wijze te hebben uitgelaten over de persoon van een lid van de rechterlijke macht.
- D. Zich laagdunkend te hebben uitgelaten over een lid van de rechterlijke macht en dus afbreuk te hebben gedaan aan het door hem verschuldigde eerbied aan het gerecht.
Met betrekking tot de feiten vermeld onder A en B was de tuchtraad van oordeel dat het niet aan de ordinale overheden noch aan de tuchtraad behoort – met verwijzing naar art. 9 EVRM – om na te gaan wat de politieke of religieuze overtuiging is van de betrokken advocaat. De tuchtraad van beroep oordeelt daarenboven dat de ordinale tuchtoverheid weliswaar een bevoegdheid heeft inzake de naleving van de deontologie van de advocaat maar dat door het dragen van een religieus hoofddeksel de afbreuk aan die beginselen niet aangetoond en bewezen blijken. Ook wat de uitlatingen in de media betreft over het niet regelmatig en wettig samengesteld zijn van de zetel was de tuchtraad van mening dat de uiting van een standpunt van de verdediging in de media geen inbreuk op de loyauteit tegenover de rechter uitmaakte. De tuchtraad van beroep bevestigt de vrijspraak voor de feiten vermeld onder A en B.
De tuchtraad sprak de advocaat ook vrij voor de feiten onder C en D. De tuchtraad van beroep is echter van mening dat deze feiten wel bewezen zijn, meer bepaald omdat bij de uitlatingen in de media door de advocaat een rechter geïndividualiseerd en geviseerd werd. Deze uitlatingen deden afbreuk aan de in acht te nemen sereniteit en vereiste eerbied voor de magistratuur. De tuchtraad van beroep verleent de advocaat de gunst van de opschorting van de uitspraak onder de voorwaarde tijdens de proefperiode van één jaar geen nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken meer te plegen.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAG-834-850: Beslissing 18 juni 2025
Media
Beledigingen en andere vormen van gebrek aan eerbied
Vrijspraak