Ga verder naar de inhoud

TB-0229-2019: Beslissing 10 maart 2020

Deel dit artikel

  • Het niet (tijdig) beantwoorden van de brieven van de confraters, de cliënten en de stafhouder.
  • Het gebrekkig informeren van cliënten.
  • Het gebrekkig opvolgen van de dossiers van cliënten.
  • Het mogelijke verstrekken van valse informatie aan de cliënten.
  • Het niet (tijdig) overmaken van dossiers aan opvolgers.
  • Het niet (tijdig) betalen van vervangingsvergoedingen aan een confrater.
  • Het niet (tijdig) opvolgen van instructies van de stafhouder (o.a. in verband met het overmaken van dossiers aan opvolgers)
  • Deels bewezen
  • Schorsing van zes maanden met uitstel onder voorwaarden

Lastens de advocaat werd ambtshalve een tuchtonderzoek ingesteld wegens:

  • Het niet (tijdig) beantwoorden van de brieven van de confraters, de cliënten en de stafhouder.
  • Het gebrekkig informeren van cliënten.
  • Het gebrekkig opvolgen van de dossiers van cliënten.
  • Het mogelijke verstrekken van valse informatie aan de cliënten.
  • Het niet (tijdig) overmaken van dossiers aan opvolgers.
  • Het niet (tijdig) betalen van vervangingsvergoedingen aan een confrater.
  • Het niet (tijdig) opvolgen van instructies van de stafhouder (o.a. in verband met het overmaken van dossiers aan opvolgers).

Beoordeling 

De tuchtraad van beroep beslist tot het bewezen zijn van een deel van de tenlasteleggingen en spreekt de advocaat voor het overige vrij van een aantal tenlasteleggingen.

Wat de sanctie betreft

Onlangs nog heeft de tuchtraad van beroep voor gelijkaardige feiten de tuchtsanctie opgelegd van 6 maanden schorsing, met uitstel (beslissing van 10.09.2019).

De motivering van deze sanctie kwam kort samengevat op het volgende neer:

  • Het tuchtverleden van de advocaat was gekend (er werd zelfs expliciet naar de sanctie van 14.03.2017 verwezen).
  • Toch werd, gelet op de concrete omstandigheden op dat ogenblik, aangenomen dat de advocaat deze keer wel degelijk de nodige lering had getrokken en volgende maatregelen had genomen om zijn kantoor dermate te reorganiseren dat de stipte opvolging van dossiers en briefwisseling in de toekomst geen problemen meer zou stellen:
  • Uitbreiding van zijn secretariaat;
  • Inschakeling van een tele-secretariaat;
  • Bijstand van een coach-bedrijfsleider;
  • Inschakeling van een boekhoudkantoor;
  • Meer beroep doen op medewerkers.
  • Daarom werd weliswaar de opgelegde schorsing behouden, maar werd de uitvoering volledig uitgesteld.

De thans beoordeelde feiten dateren alle van vóór de voormelde beslissing van 10.09.2019.

Ter terechtzitting van 11.02.2020 werd de advocaat nogmaals gehoord over de bijzonderheden van de destijds aangekondigde reorganisatie van zijn kantoor.

De uitleg van van de advocaat was niet geheel bevredigend.

Zo blijkt dat de uitbreiding van zijn secretariaat alweer teruggeschroefd was, dat de coach-begeleider eigenlijk een handelaar was zonder bijzondere kennis op het vlak van coaching of op het vlak van de advocatuur, en dat de advocaat nog steeds niet op vaste basis beroep doet op (externe) medewerkers.

Toch blijkt uit zijn conclusie dat hij tal van nieuwe zaken blijft aannemen, waaruit duidelijk blijkt dat zijn instroom ongeveer hetzelfde blijft, terwijl de ondersteuning waarmee hij zichzelf omringt, niet toeneemt.

De tuchtraad van beroep oordeelt dat het gevaar bestaat dat de advocaat onder de druk van de tuchtvervolging weliswaar zijn best doet om zich te reorganiseren, maar dat hieraan snel een einde kan komen als deze druk vermindert.

Een tuchtsanctie dient evenredig/proportioneel te zijn met de vastgestelde feiten, en – hoewel vaststaat dat op heden niet bewezen is dat de advocaat zijn cliënten benadeelt of zich ten onrechte verrijkt ten nadele van zijn cliënteel – heeft de tuchtraad er terecht op gewezen dat “de deontologische regels geen administratieve regeltjes van tweede orde zijn”.

Het niet beantwoorden van briefwisseling van de stafhouder frustreert de goede werking van de balie. Het belemmert of vertraagt ook oplossingen waar de cliënt van de advocaat naar vraagt en die noodzakelijk zijn om een correcte bijstand door een advocaat in de rechtsbedeling te garanderen.

Wanneer cliënten zich beklagen over een gebrekkige informatie of een gebrek aan behoorlijke beroepsuitoefening dient de advocaat onmiddellijk uitleg te verstrekken en moet hij de nodige maatregelen treffen. Wanneer cliënten — om een reden die hun eigen is — een andere raadsman wensen te raadplegen, dat moet het dossier onverwijld aan de opvolger worden bezorgd.

Dit alles kadert in de verplichting van een behoorlijke beroepsuitoefening en de kernwaarden van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die de plichtenleer van de advocatuur schragen.

Wanneer cliënten — eventueel via een nieuwe raadsman — zich beklagen bij de stafhouder, dan dient deze in het algemeen belang tussen te komen en moeten zijn vragen onmiddellijk beantwoord worden.

Rekening houdende met het evenredigheids- en proportionaliteitsbeginsel oordeelt de tuchtraad van beroep dat een volledig uitstel van de schorsing kan toegestaan worden, maar deze keer mits het opleggen van een aantal bijzondere voorwaarden, teneinde meer zekerheid te verwerven dat de advocaat zijn voornemens om zich te reorganiseren ook werkelijk en blijvend zal nakomen.

Het uitstel wordt gekoppeld aan volgende voorwaarden:

  • De advocaat zal uiterlijk binnen de 8 dagen antwoorden op vragen van de stafhouder, behoudens overmacht (zoals een bewezen vakantieperiode);
  • De advocaat zal onmiddellijk gevolg geven aan elke injunctie van de stafhouder;
  • De advocaat brengt in september 2020 verslag uit bij de stafhouder over de daadwerkelijke veranderingen in de organisatie van zijn kantoor en de financiële weerslag van deze veranderingen (te weten: meer beroep doen op medewerkers en de mededeling aan de stafhouder van de financiële meeruitgaven terzake, meer administratieve hulp inschakelen en de mededeling aan de stafhouder van de financiële meeruitgaven terzake);
  • Op eenvoudig verzoek van de stafhouder wordt in de navolgende jaren op dezelfde wijze verslag gedaan over het meer inschakelen van medewerkers en over de inschakeling van meer administratieve hulp;
  • De advocaat begaat in die periode geen nieuwe deontologische inbreuken die aanleiding geven tot een nieuwe tuchtveroordeling.

Er mag worden verhoopt dat de beginselen van confraterniteit, loyaliteit, rechtschapenheid, waardigheid en kiesheid door de advocaat in de toekomst niet langer zullen miskend worden, wanneer de hoger vermelde voorwaarden stipt worden nageleefd.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

SBT 188: Beslissing 19 november 2019

Medewerking stafhouder / balie
Nalatigheid bij behandeling dossier / verwaarlozing belangen cliënt
Briefwisseling
Opvolging
Deels vrijspraak
Schorsing met uitstel

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen