Ga verder naar de inhoud

TB-020-2009: Beslissing 13 september 2016

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

  • Correctionele veroordeling
  • Samenwerking geschrapte advocaat
  • Briefwisseling stafhouder
  • Redelijke termijn
  • Schrapping
  • Kosten
  • Art. 460 Ger. W.

Inbreuken

De tuchtraad van beroep neemt kennis van een arrest van het hof van beroep te Gent, zetelend in correctionele zaken waarbij de advocaat veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van één jaar (waarvan zes maanden met uitstel) en een geldboete van 11.000 euro, wegens:

  • het zich schuldig maken door de advocaat aan het misdrijf van oplichting ten nadele van twee personen,
  • het schromelijk misbruik maken van zijn status van advocaat om een gedetineerde ervan te overtuigen dat hij in de mogelijkheid was om hem vervroegd vrij te krijgen, hoewel dat in de praktijk onmogelijk was,
  • en hij ten dien einde de gedetineerde ertoe heeft gebracht een ondertekend document af te geven dat een verbintenis inhield topt het betalen van 50.000 euro

De feiten waarvoor de advocaat strafrechtelijk werd vervolgd en veroordeeld vormen een ernstige tuchtrechtelijke inbreuk en zijn naar recht bewezen.

De tuchtraad van beroep acht volgende inbreuken ten laste van de advocaat bewezen:

  • de misleiding door de advocaat van cliënten door samen op te treden met een advocaat die geschrapt werd, terwijl de indruk gegeven werd dat deze nog steeds werkzaam is en het feit dat uit het dossier blijkt dat de advocaat samenwerkte met een voormalig advocaat nadat deze van het tableau was geschrapt;
  • geen of laattijdig gevolg te hebben gegeven aan de brieven van de stafhouder

Redelijke termijn

De vereiste van redelijkheid dient beoordeeld te worden aan de hand van de concrete omstandigheden van het dossier.

De behandeling van de tuchtzaak kan worden uitgesteld tot na de strafrechtelijke vervolging die tegen de betrokkene met dezelfde feiten werd ingesteld.

In casu blijkt dat de behandeling van de zaak verschillende malen, en dit op verzoek van de verdediging, werd uitgesteld en uiteindelijk sine die werd uitgesteld omdat er nog steeds geen definitieve uitspraak was in de strafzaak. Aangezien de feiten door de advocaat werden betwist was het redelijk om een definitieve uitspraak van de rechter af te wachten.

De handelswijze in tuchtzaken om een definitieve beslissing op strafrechtelijk gebied af te wachten is op zich gerechtvaardigd en vormt geen aanleiding om te besluiten tot een overschrijding van de redelijke termijn, zeker niet wanneer dit gebeurt op verzoek van de vervolgde advocaat.

Daarenboven dient vastgesteld dat de advocaat reeds met ingang van 30 juni 2011 op eigen verzoek werd weggelaten als advocaat bij de Orde van Advocaten te Gent.

Betrokkene is inmiddels dus reeds bijna 5 jaar geen advocaat meer.

De tuchtraad van beroep voor advocaten komt dan ook tot de vaststelling dat er, in deze, geen reden is om aan te nemen dat de redelijke termijn bij de behandeling van de tuchtprocedure is overschreden.

Besluit

De tuchtraad van beroep oordeelt dat voor de aldus bewezen feiten enkel de zwaarste tuchtstraf kan worden uitgesproken en dat derhalve de tuchtstraf van de schrapping van het tableau moet worden opgelegd.

Van een correct advocaat moet worden verwacht dat hij een cliënt, die gedetineerd is, en zich dus in een bijzonder precaire positie bevindt, niet voorspiegelt dat hij in vrijheid zal worden gesteld indien deze mogelijkheid onbestaande is. Nog minder kan worden aanvaard dat een advocaat het daarbij voorstelt dat “connecties in Brussel” moeten worden aangesproken, d.w.z. omgekocht. Dat een advocaat, zogenaamd om dit doel te bereiken, zich een bedrag van maar liefst € 50.000,00 cash laat overhandigen, is in alle opzichten ronduit verwerpelijk.

Betrokkene heeft de meest essentiële beginselen van de deontologie miskend. Zijn gedrag is een advocaat onwaardig. Hij heeft het vertrouwen dat de bevolking in de advocatuur moet kunnen stellen schaamteloos miskend. Hij heeft uitsluitend onrechtmatig gehandeld met als enig doel zichzelf te verrijken. Hij heeft daarbij gehandeld zonder enig normbesef.

Kosten

De tuchtraad van beroep oordeelt dat de kosten en uitgaven, gemaakt door de stafhouder of door wie door de stafhouder als onderzoeker werd aangeduid (art. 458 § 1 Ger . W.) en de kosten en uitgaven, verbonden aan de behandeling van de zaak door de tuchtraad of door de tuchtraad van beroep, geen kosten zijn, zoals bedoeld in art. 460 Ger. W. Het betreft immers geen externe kosten die voor het onderzoek of voor het onderzoek ter terechtzitting werden gemaakt. Het betreft integendeel kosten die inherent zijn aan de organisatie van de tuchtprocedure.

De kosten die in de beslissing van de tuchtraad ten laste werden gelegd van de advocaat zijn geen kosten die voor het onderzoek of voor het onderzoek ter terechtzitting werden gemaakt in de zin van artikel 460 laatste lid Ger.W.

Nog vragen? Onze specialisten ter zake

Ontdek alle medewerkers

Merve Köse

Jurist deontologie

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen