- Regelmatigheid strafonderzoek versus regelmatigheid tuchtonderzoek
- Strafrechtelijke buitenvervolgingstelling belet niet per definitie tuchtrechtelijke vervolging
- Schijn opwekken omkoopbaarheid magistraten om ereloon te recupereren
- Gebruik geluidsopname
- Schending privacy advocaat
- Hoger beroep ongegrond
- Bevestiging bestreden beslissing
- Schorsing van 3 maanden met uitstel voor 3 jaar
Het loutere feit dat de tuchtprocedure steunt op feiten die zouden zijn bekomen uit een strafonderzoek dat onregelmatig, nietig en/of niet-ontvankelijk zou zijn, maakt de tuchtprocedure op zich niet onregelmatig, nietig of niet-ontvankelijk.
Een strafrechtelijke buitenvervolgingstelling belet niet dat toch nog tuchtrechtelijk wordt vervolgd en geoordeeld, tenzij aan de strafrechtelijke buitenvervolgingstelling enig gezag van gewijsde kleeft waardoor tuchtrechtelijke vervolging en veroordeling onmogelijk wordt gemaakt, zonder schending van dit strafrechtelijk gewijsde.
Er is geen wettelijke grondslag die verbiedt om een geluidsopname te maken van een gesprek tussen een advocaat en een cliënt of een derde in het kader van een concreet dossier dat door de advocaat wordt behandeld. Het heimelijk opnemen van een gesprek waaraan men zelf deelnemer is vormt geen schending van art. 8.1 EVRM of een inbreuk op art. 314 bis § 1 Sw. De omstandigheid dat de gesprekken opgenomen zijn in het kantoor van een advocaat doet hieraan geen afbreuk. De geheimgerechtigde kan in het kader van zijn verdediging in rechte en het laten gelden van zijn rechten beschikken over de geheimen die hij zelf toevertrouwd heeft aan de geheimplichtige. De advocaat kan zich niet verschuilen achter zijn beroepsgeheim om te vermijden dat hij zich moet verantwoorden in rechte.
De schijn of waan van cliënten creëren of in stand houden dat magistraten omkoopbaar zijn en dan nog met de intentie om op die manier ereloon te recupereren, is zonder meer in strijd met artikel 456 Ger. W. en dus met de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen, en verder ook in strijd is met de eed zoals voorzien in artikel 429 Ger. W. Zowel de advocatuur als de magistratuur worden immers in diskrediet gebracht op een niveau waar zij tegenover de rechtsonderhorige onvoorwaardelijk vertrouwen moeten kunnen genieten.
De tuchtraad van beroep acht een schorsing van 3 maanden met uitstel voor 3 jaar een gepaste sanctie.
Lees ook deze beslissing
TAA/STo/0270/2016: Beslissing 27 oktober 2016
Ontvankelijkheid / onontvankelijkheid
Beroepsgeheim
Salduz
Ereloon
Schorsing met uitstel