Ga verder naar de inhoud

TAA/STo/0270/2016: Beslissing 27 oktober 2016

Deel dit artikel

  • Ontvankelijkheid tuchtvordering
  • Geluidopnames door cliënt
  • Beroepsgeheim
  • Salduz
  • Tuchtrecht versus strafrecht
  • Borgsom
  • Poging tot bekomen van ereloon op listige wijze
  • Blanco tuchtverleden
  • Schorsing 3 maanden met uitstel 3 jaar

Procedure

De advocaat werpt vier middelen van onontvankelijkheid van de tuchtvordering op. De tenlastelegging zou gebaseerd zijn op art. I.1.1 van de Codex Deontologie voor advocaten, dat nog niet bestond op datum van de te beoordelen feiten en gedragingen en dus niet kan worden toegepast. Doch de tuchtvordering is ook gesteund op art. 456 en 429 Ger. W. en is ontvankelijk in zover gebaseerd op art. 456 en 429 Ger. W.

De middelen van onontvankelijkheid stellen dat de tuchtvordering zou gebaseerd zijn op bandopnames en processen-verbaal die als volstrekt nietig te aanzien zijn. Nu over de ingeroepen nietigheden door geen enkele rechtsmacht uitspraak is gedaan, dient de tuchtraad zich hierover zelf uit te spreken. De tuchtraad oordeelt dat de bandopnames tot stand gekomen zijn zonder schending van enig grondrecht of enige wettelijke bepaling. De digitale geluidsopname van een consultatie, in casu door de erbij aanwezige dochter van de cliënte, maakt geen schending van het beroepsgeheim uit. De drager van het beroepsgeheim is immers enkel de beroepsbeoefenaar. De geluidsopnames zijn dus niet wederrechtelijk tot stand gekomen en dus niet nietig. Ook de erop volgende processen-verbaal zijn niet door nietigheid aangetast.

De ondervragingen waarop de tuchtvordering is gebaseerd, werden niet uitgevoerd met schending van art. 6 par. 3c EVRM en de Salduzregels. De Salduzregels werden geëerbiedigd.

De disciplinaire materie wordt volledig geregeld door het Gerechtelijk Wetboek. Tuchtrecht is geen gemilderd of ondergeschikt strafrecht en de regels van het strafrecht en de strafprocedure zijn dan ook niet van toepassing. Zelfs al zouden de regels van het strafrecht van toepassing zijn, dan nog zou een actie van een in een onderzoek betrokken partij nooit tot enige nietigheid kunnen leiden.

Ten gronde

De advocaat heeft geen enkel strafbaar feit gepleegd doch tuchtrecht is geen strafrecht. De vraag is niet of de advocaat feiten gepleegd heeft, doch wel of de advocaat als advocaat in haar relatie met de cliënten gehandeld heeft in overeenstemming met de beroepsregels en –deontologie.

De vraag is of de advocaat deontologisch correct gereageerd heeft op de vraag door de partner van de cliënt: “als ik nu 10.000 € geef, zou u mij daarmee vrij krijgen, om mij nu te lossen?”

De advocaat zou dit hebben beschouwd als een verzoek om vrij te komen op borg en ging ervan uit dat die borgsom nooit zou worden aanvaard maar wanneer het geld dan toch beschikbaar was, kon dat dienen voor haar ereloon dat nog moest vereffend worden. Zelfs als ze zou gevolgd worden in haar verweer dat zij die waan liet bestaan in de hoop dat geld zou ter beschikking komen voor betaling van een borgsom omdat dan te kunnen gebruiken ter aanzuivering van openstaande kosten en erelonen (waarvan overigens geen bewijs wordt overgelegd), dringt de vaststelling zich op dat zulk handelen strijdig is met de plicht van rechtschapenheid, waardigheid en kiesheid (art. 456 Ger. W.). Het is niet omdat de cliënten van bedenkelijk moreel allooi zijn, dat de advocaat zich tot dat niveau zou mogen verlagen door met een listige kunstgreep ereloonbetaling af te dwingen.

De advocaat heeft minstens de indruk laten bestaan dat actieve omkoping/beïnvloeding door middel van geld mogelijk was terwijl een advocaat iedere suggestie of poging in die richting onmiddellijk dient af te wijzen, gelet op de eed die men heeft afgelegd (art. 429 Ger. W.).

De advocaat, op het ogenblik van de feiten al een ervaren advocaat, had iedere schijn van medewerking aan ongeoorloofde beïnvloeding onmiddellijk de kop moeten indrukken en afblokken. Ze heeft niet gehandeld in overeenstemming met de deontologische verplichtingen en heeft hierdoor zelf veroorzaakt dat haar cliënten (in de waan verkeerden dat zij) haar konden gebruiken om het normaal verloop van een strafzaak te verstoren.

De feiten zijn ernstig. Niet alleen de advocaat maar ook de advocatuur als beroepsgroep en de magistratuur zijn erdoor in opspraak gekomen. Een principiële sanctie kan daarom niet volstaan.

De advocaat werd al zwaar gestraft door de mediastorm die over haar heen kwam en door het ondergane paleisverbod en de tuchtraad houdt ook rekening met haar smetteloos tuchtrechtelijk verleden en legt om al deze redenen een schorsing van drie maanden op, doch met volledig uitstel gedurende een proeftermijn van drie jaar.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TB-0168-2016: Beslissing 13 juni 2017

Ereloon
Schorsing met uitstel

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen