Ga verder naar de inhoud

TB-0074-2013: Beslissing 8 oktober 2013

Deel dit artikel

  • Weglating lijst stagiairs door raad van de Orde
  • Verzet
  • Stagemeester
  • Art. 434 en 435 Ger. W.
  • Fundamentele plicht
  • Administratieve vestiging
  • Postbusadres
  • Kantoor
  • Verstek
  • Verzet ongegrond
  • Bevestiging beslissing tuchtraad van beroep van 11 juni 2013

Een advocaat stagiair liep stage, oorspronkelijk een periode met stagemeester, doch daarna nog lange periodes zonder stagemeester. Tussen de verschillende periodes was hij gedurende lange tijd arbeidsongeschikt ingevolge een ongeval. De initiatieven die hij in conclusie aanvoert, en die zouden moeten aantonen dat hij terug aan het werk kan, veranderen niets aan het vaststaand feit dat hij nog steeds en thans sedert meer dan 2 jaar geen stagemeester heeft. Er kan geen rekening worden gehouden met de periode van arbeidsongeschiktheid nu deze een aanvang nam toen hij nog een stagemeester had. Ten overvloede wordt vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid een einde nam op 8 december 2012. Er wordt niet bewezen dat na 8 december 2012 een stagemeester werd gezocht, laat staan gevonden.

De plicht om voorafgaand aan de opname op het tableau van de Orde van Advocaten gedurende 3 jaar stage te verrichten wordt bepaald in art. 434 Ger. W.

Art. 435 Ger. W. verleent aan de Raad van de Orde de bevoegdheid om de stageverplichtingen vast te leggen en bepaalt bovendien dat, behoudens vrijstelling verleend door de overheid van de Orde, de stage niet mag worden onderbroken of geschorst.

Het hebben van een stagemeester raakt de essentie van de stage en de stageverplichtingen. De advocaat voldoet sedert lang niet aan deze voorwaarden. De miskenning van deze fundamentele plicht is van structurele aard geworden. De advocaat dient dan ook te worden weggelaten van de lijst van de stagiairs.

De beslissing van de Tuchtraad van Beroep d.d. 11 juni 2013, die de beslissing van de Raad van de Orde d.d. 3 december 2012 bevestigt, moet derhalve worden bevestigd.

De verzoeken in ondergeschikte orde dienen niet te worden beantwoord, nu geantwoord werd op het verzoek dat in hoofdorde werd geformuleerd. Het niet hebben van een stagemeester in zijnen hoofde is op zich een voldoende reden om hem weg te laten van de lijst van de stagiairs. De beslissing over het al dan niet beschikken over een kantoor is verder zonder belang.

Uit het dossier blijkt dat de advocaat geen kantoor houdt op het door hem aangegeven adres. Het feit dat in conclusie het tegendeel wordt beweerd, het voorleggen van een niet gedateerde foto van een brievenbus met een eenvoudig niet duurzaam bevestigd plakbriefje, en de formele vestiging als advocaat op het opgegeven adres door opgave ervan aan bepaalde instanties (zoals de KBO) maken niet aannemelijk dat hij op dit adres effectief een advocatenkantoor heeft gevestigd.

Een loutere administratieve vestiging of een postbusadres zonder achterliggend werkbaar en toegankelijk kantoor volstaat niet.

Het verzet is ongegrond. De beslissing van de Tuchtraad van Beroep d.d. 11 juni 2013 wordt bevestigd.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TB-0074-2013: Beslissing 11 juni 2013

Hoger beroep zoals in tuchtbeslissing

Meer lezen
Rechter
Tuchtdatabank

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen