Ga verder naar de inhoud

TB-0070-2012: Beslissing 14 mei 2013

Deel dit artikel

  • Cumul
  • Prejudiciële vraag
  • Art. 473 Ger. W.
  • Eerlijk proces
  • Tuchtprocedure
  • Zoals in tucht
  • Art. 437 Ger. W.
  • Weglating van tableau

Procedure

De advocaat verzocht de tuchtraad van beroep een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof m.b.t. art. 473 Ger. W.

De wetgever heeft geoordeeld dat de raad van de orde “meester” is over het tableau (art. 432 Ger. W.) en over de lijst van stagiairs en bij onverenigbaarheid van het beroep van advocaat overeenkomstig art. 437 Ger. W. de weglating van het tableau kan uitspreken. Gelet op deze wettelijke basis kon de raad van de orde van advocaten de procedure weldegelijk voeren. Een procedure als deze is niet steeds, uit haar aard, een (verkapte) tuchtzaak.

Het is niet voorzien en niet passend om in een procedure voor de raad van de orde van advocaten overeenkomstig art. 473, tuchtrechtelijke vergrijpen te beoordelen. Voor zover de stafhouder deze al zou hebben aangevoerd, blijkt uit de beslissing waartegen beroep, dat de raad van de orde van advocaten, uitdrukkelijk afstand heeft genomen van de aspecten van de zaak die onder een hypothetische tuchtrechtelijke procedure zouden kunnen vallen.

De procedure beoogt het vaststellen van een “feitelijke toestand van onverenigbaarheid” en heeft niet het oogmerk van een tuchtrechtelijke bestraffing van een deontologische fout. De raad van de orde heeft geen tuchtrechtelijke kwalificaties behandeld. De tuchtraad van beroep herneemt de zaak en laat zich evenmin in met de eventuele tuchtrechtelijke aspecten van de feiten.

De rechtspleging zoals in tucht wordt expliciet geregeld bij OVB-reglement van 21.11.2007 waarbij alle waarborgen om te komen tot een eerlijk proces zijn voorzien. Er is geen gevaar voor schijn van partijdigheid of gebrek aan afstand tussen de advocaat die het voorwerp is van de procedure tot weglating zoals in tucht. Het eerlijk proces wordt onder meer gegarandeerd door het aantal leden dat deelneemt aan de zittingen en de beraadslaging, het hoorrecht, het tegensprekelijk debat, voorziene tijdspanne om de zaak te kunnen behandelen.

Doordat er geen verschillende behandeling van vergelijkbare categorieën van personen voorligt, nu iemand die het voorwerp uitmaakt van een tuchtprocedure overeenkomstig art. 456 e.v. Ger. W. niet is gelijk te stellen of zich niet in dezelfde toestand bevindt als iemand die het voorwerp uitmaakt van een procedure overeenkomstig art. 432 Ger. W. en 437 Ger. W., bestaat er geen reden om een prejudiciële vraag te stellen. De geviseerde bepaling schendt klaarblijkelijk niet de regels en bepalingen waaraan het Grondwettelijk Hof kan toetsten. De tuchtraad is overeenkomstig art. 26 Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, niet verplicht de opgeworpen prejudiciële vraag te stellen (zie POPELIER Patricia, Procederen voor het Grondwettelijk Hof, Intersentia Antwerpen-Oxford, 2008, p. 234 e.v.). De gevoerde procedure biedt alle mogelijke waarborgen zodat er geen enkele schending is van het EVRM.

Ten gronde

De advocaat moet niet als staatsambtenaar worden gekwalificeerd volgens art. 437 Ger. W. lid 1 nu dergelijke interpretatie tot een ongelijke behandeling zou leiden doordat een advocaat die dezelfde taak uitvoert in het vrije onderwijsnet niet onder de absolute onverenigbaarheden zou vallen terwijl deze in het openbare onderwijsnet wel zou worden geconfronteerd met een absolute onverenigbaarheid.

Voor schooldirecteurs is geen wettelijke regeling uitgewerkt met betrekking tot de verenigbaarheid met de advocatuur. De functie van bv. een parlementair is op het vlak van o.m. onafhankelijkheid helemaal niet te vergelijken met deze van schooldirecteur. Ook de inhoud en de toepassing van enkele aangehaalde artikelen van de lokale baliecodex zijn niet toepasselijk op een schooldirecteur.

Er dient vastgesteld dat er nooit een sluitend akkoord over een minnelijk te volgen gedragspatroon, met behoud van inschrijving op het tableau, is tot stand gekomen tussen de advocaat en de stafhouder.

Art. 437 Ger. W. voorziet als regel dat alle bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden, openbare of particuliere, onverenigbaar zijn, de uitzondering daarop is er voor die betrekkingen die de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie niet in gevaar brengen.

De tuchtraad van beroep is van mening dat het advocatenberoep een hoofdberoep is en dient te blijven. De toelaatbare uitzonderingen inzake functies in het onderwijs met een lesopdracht in juridische vakken of academische opdrachten zijn niet te vergelijken met de functie van een dagelijks administratief bestuur van een secundaire school met 70 personeelsleden en ongeveer 384 leerlingen. Waar een juridische les- of academische opdracht goed te onderscheiden is, is de functie van directeur gelijk te stellen met tal van leidinggevende en of uitvoerende bezoldigde beroepen zowel in de private als de publieke sector. De directeur is niet onafhankelijk maar staat onder gezag, leiding en toezicht van de geëigende onderwijsorganen – en onderwijsoverheid. Bovendien oefent hij een functie van dagelijks bestuur uit, waarvoor hij rekening en verantwoording is verschuldigd en wordt hij bezoldigd. Daarnaast dient een schooldirecteur zich, in tegenstelling tot iemand met een loutere (juridische) lesopdracht, in te laten met alle mogelijke aspecten van de school en het schoolleven. Voorts kan de raad van bestuur of de algemeen directeur van de scholengroep de directeur bevoegdheden toewijzen.

Dit takenpakket maakt dat hij zeer regelmatig allerhande beslissingen zal moeten nemen waaronder opportuniteitsbeslissingen, waardeoordelen moet vellen over anderen, financieel beheer moet doen voor de school, fondsen werft bij de bevolking (bv. voor schoolactiviteiten), prijsbiedingen voor kleine werken moet vragen en toewijzen. Kortom zich inlaat met activiteiten welke niet alleen zijn onafhankelijkheid als advocaat in het gedrang brengen maar waarbij hij het dagelijks bestuur en leiding van de school in al zijn facetten dient waar te nemen.

Het is algemeen geweten dat de functie van schooldirecteur niet alleen permanente beschikbaarheid van de directeur vereist tijdens de schooluren maar hij naast de strikte schooluren, zelfs tijdens de schoolvakanties talrijke opdrachten heeft en van hem beschikbaarheid wordt verwacht. Er zijn vergaderingen, klasseraden, ouderavonden, deliberaties, open deurdagen, inschrijvingen tijdens de vakantie, activiteiten om de schoolfinanciën aan te vullen.

De tuchtraad in beroep neemt aan dat deze meer dan voltijdse en niet af te lijnen bezigheid van een gedreven schooldirecteur moeilijkheden geeft om het eveneens zeer intensieve beroep van advocaat adequaat te kunnen uitoefenen.

Dat op bepaalde ogenblikken bepaalde raden van de orde van advocaten in andere casussen over vermoedelijk tijdsintensieve beroepen of functies anders zouden hebben geoordeeld, doet niet ter zake nu art. 437 Ger. W. voorziet in een appreciatiebevoegdheid van de raad van de orde en de tuchtraad van beroep en elk geval op zich moet worden beoordeeld.

De tuchtraad van beroep bevestigt dan ook de bestreden beslissing van de raad van de Orde van advocaten van 9 november 2012.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen