Ga verder naar de inhoud

TB-0035-2010: Beslissing 19 mei 2011

Deel dit artikel

  • Procedure als in tuchtzaken
  • Art. 508/7 en 508/8 Ger. W.
  • Art. 444 Ger. W.
  • Art. 458-463 Ger. W.
  • Verzoek opname op BJB-lijst
  • Administratieve beslissing
  • Geen tuchtsanctie
  • Bevoegdheid raad van de Orde
  • Toezicht op kwaliteit prestaties
  • Rechtsmacht raad van de Orde
  • Misbruik vergoedingssysteem
  • Hoger beroep ongegrond
  • Weigering tot opname

Bij de bestreden sententie van de raad van de Orde werd het verzoek van een advocaat om te worden opgenomen op de lijst bedoeld in art. 508/7 Ger. W. (tweedelijnsbijstand) afgewezen en werd die beslissing uitvoerbaar verklaard. Tegen zijn oorspronkelijk verzoek tot opname werden bezwaren geuit door het BJB.

De beslissing tot opname of weglating van die lijst is een administratieve beslissing die door de wet is toevertrouwd aan de raad van de Orde. De raad van de Orde legt daardoor dus geen tuchtsanctie op.

Ingevolge art. 508/8 Ger. W. ziet de Orde van advocaten toe op de kwaliteit van de prestaties die door de advocaten worden verstrekt in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. De raad van de Orde kan zowel een advocaat weglaten of schrappen van de voornoemde lijst omwille van een gebrek aan kwaliteit van de dienstverlening als zijn inschrijving/herinschrijving of opname op die lijst te weigeren bij de uitoefening van zijn bevoegdheid ex art. 508/7 Ger. W. mits daarbij de procedure zoals in tucht na te leven, gewaarborgd bij de artikelen 458-463 Ger. W. en de artikelen 2-11 van het reglement betreffende de voor de raad van de Orde geldende procedure volgens de tuchtrechtspleging. Deze procedure zoals in tuchtzaken werd in casu terecht gevolgd.

De raad van de Orde heeft geen rechtsmacht om te oordelen over een eventueel misbruik van het vergoedingssysteem, dat tot het tuchtrecht behoort en niet het voorwerp uitmaakt van zijn opdracht te waken over de kwaliteit van de juridische bijstand en evenmin kadert in de organisatie van die bijstandverlening, die bij wet aan het BJB werd toevertrouwd.

De advocaat oefent vrij zijn ambt uit ter verdediging van het recht en de waarheid (art. 444 Ger. W.). Het BJB mag bij de beoordeling van de kwaliteit van dienstverlening of het gebrek eraan de wijze van uitoefening van het aan de advocaat toevertrouwde mandaat toetsen aan de in art. 444 Ger. W. opgenomen doelstelling.

In casu oordeelt de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, net zoals de raad van de Orde, dat de advocaat zijn plicht tot het verlenen van een kwaliteitsvolle juridische tweedelijnsbijstand niet heeft vervuld. Bij gevolg is er een afdoende grondslag om de inschrijving van de advocaat op voornoemde lijst te weigeren. Deze weigering is naar recht verantwoord door de gegrondheid van de bewezen bevonden niet-kwaliteitsvolle dienstverlening en dit ongeacht het al dan niet misbruik maken van het vergoedingssysteem. Het hoger beroep is dus ontvankelijk doch ongegrond.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen