- Onwaardig gedrag
- Optreden zonder mandaat
- Gedeeltelijke vrijspraak
- Opschorting
De advocaat wordt vervolgd wegens onwaardig gedrag omdat hij een persoon met geweld de toegang tot het kantoor van diens stagemeester zou ontzegd hebben. De advocaat stelt verhinderd te hebben dat deze persoon documenten en een USB-stick uit een kast zou meenemen welke vertrouwelijke informatie bevatten die onder het beroepsgeheim van de advocaat vielen. De advocaat stelt onmiddellijk de stagemeester te hebben verwittigd. De tuchtraad beoordeelt deze feiten niet bewezen en spreekt de advocaat ervoor vrij.
De advocaat wordt er ook van beschuldigd zich de titel van advocaat te hebben aangematigd door in een periode van onderbreking van de stage zich als advocaat te hebben aangeboden in diverse gevangenissen , zich in die periode te hebben voorgedaan als advocaat op LinkedIn en op het KBO-register.
De advocaat toont echter aan dat de bezoeken in de gevangenis niet in de hoedanigheid van advocaat gebeurden, maar als tolk in aanwezigheid van de stagemeester en toont aan dat de registratie in de gevangenis niet op een correcte manier gebeurde.
De tuchtraad oordeelt dat de advocaat voor deze feiten dient vrijgesproken te worden, bij gebrek aan bewijs.
Wat het vermelden van de titel van advocaat in het LinkedIn profiel van de advocaat betreft en de registratie als advocaat in het KBO-register, in de periode van de onderbreking van de stage, worden de feiten niet betwist en bewezen verklaard.
Wel werpt de advocaat op dat het verwijderen van de titel van advocaat in die periode op een vergetelheid berust en dat de onderbreking was ingegeven om zorg te dragen voor een ziek familielid.
De tuchtraad houdt bij het bepalen van de tuchtsanctie rekening met deze verzachtende omstandigheden en verleent de advocaat de gunst van de opschorting van de uitspraak.