- Onafhankelijkheid
- Beroepsgeheim
- Gedeeltelijke vrijspraak
- Berisping
De advocaat wordt vervolgd wegens gebrek aan onafhankelijkheid, schending van het beroepsgeheim, niet diligent handelen en schending van art. 79 van de Codex Deontologie voor Advocaten.
Het gebrek aan onafhankelijkheid en schending van het beroepsgeheim komen de tuchtraad niet bewezen voor. De Tuchtraad spreekt de advocaat vrij voor deze twee tenlasteleggingen. De overige tenlasteleggingen worden bewezen geacht.
De tuchtraad is van oordeel dat gelet op de anciënniteit en het blanco tuchtrechtelijk verleden van de advocaat, evenals het feit dat de advocaat zich teruggetrokken heeft uit de lopende procedure, de sanctie van de berisping gepast is.