Ga verder naar de inhoud

TAG-594: Beslissing 17 maart 2021

Deel dit artikel

  • Inbreuk reglement derdengelden/derdenrekening
  • Blanco tuchtverleden
  • Gedeeltelijke vrijspraak
  • Opschorting

De ingestelde tuchtvervolging heeft betrekking op twee feiten, met name het als feit A omschreven verschil tussen de boekhoudkundige stand van de derdenrekening van het advocatenkantoor van de advocaat in kwestie, en de effectieve tegoeden op deze derdenrekening bij een andere bank, en het als feit B omschreven feit dat zijn kantoor zou beschikken over drie rekeningen op naam van een VZW, terwijl de vereffening van deze vereniging zou zijn afgesloten in de jaren ‘70.

Advocaat verweert zich omtrent feit A door te stellen dat de rapportering van de derdenrekening gebeurde door zijn gewezen kantoorgenote.

Welke ook de interne afspraken waren binnen het kantoor van de advocaat, het komt aan elke advocaat persoonlijk die deel uitmaakt van het kantoor en in wiens dossiers de derdenrekening wordt gebruikt, toe te waken over het correct gebruik van de derdenrekening van het kantoor.

Het verweer van de advocaat dat de rapportering van de derdenrekening gebeurde door zijn toenmalige kantoorgenote is dan ook niet dienend.

Het is en blijft de verantwoordelijkheid van elke advocaat persoonlijk, ook indien het beroep wordt uitgeoefend onder een vennootschaps- of andere associatievorm, te waken over een correct gebruik van de derdenrekening die wordt aangewend in de afhandeling van zijn of haar dossiers.

Vermits er tekorten waren blijkt dat de derdenrekening in het kantoor van de advocaat niet werd gebruikt conform de voorschriften beschreven in art. 133 en 134 CDA.

Het bestaan van tekorten en het onvermogen daarover een correcte uitleg te geven wijst op een zekere laksheid in het gebruik van de derdenrekening, zonder dat evenwel concrete misbruiken aan het licht zijn gekomen.

Het feit A komt de tuchtraad dan ook als bewezen voor.

Wat betreft het ten laste gelegde feit B ziet de tuchtraad geen concrete inbreuken op de deontologische regels.

De omschrijving in de dagvaarding dat met betrekking tot de rekeningen van de kwestieuze VZW “niet is gehandeld zoals wettelijk en reglementair had moeten gehandeld worden” volstaat niet als kwalificatie van het ten laste gelegde feit.

De gelden afkomstig van de vereffening van de kwestieuze VZW zijn steeds blijven staan op de rubriekrekeningen, en enige onregelmatigheid is niet aangetoond.

Na opening van het tuchtonderzoek werden de gelden gestort in de Deposito- en Consignatiekas.

Dit feit wordt dan ook niet weerhouden door de tuchtraad.

Voor het bewezen verklaarde feit A nopens de tekorten op de derdenrekening wordt ingegaan op ondergeschikte vraag van de advocaat hem de gunst van de opschorting toe te kennen.

Er wordt vastgesteld dat de advocaat aan het einde van zijn professionele loopbaan staat, met een vlekkeloos tuchtrechtelijk verleden.

Er werden geen vorderingen gesteld door cliënten met betrekking tot de derdengelden, zodat het vastgestelde tekort naar alle waarschijnlijkheid te wijten is aan een gebrek aan toezicht, onachtzaamheid bij het gebruik van de rekening en de eerder onoordeelkundige beslissing om bij de oprichting van zijn kantoor een bestaande derdenrekening te salderen in plaats van een nieuwe rekening te openen en dus effectief van nul te beginnen.

Deze onachtzaamheid bij het gebruik en het beheer van de derdenrekening vormt een inbreuk op de eer van de Orde van Advocaten en op de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen.

De tuchtraad verklaart het feit B niet bewezen, en spreekt de advocaat daarvoor vrij.

De tuchtraad verklaart het feit A wel bewezen, maar verleent aan de advocaat de gunst van de opschorting.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen