Ga verder naar de inhoud

TAG-433: Beslissing 21 maart 2018

Deel dit artikel

  • Optreden confrater tijdens schorsing
  • Geen verjaring
  • Schrapping

De advocaat beroept zich op de tuchtprocedure die inzake de magistratuur is ingevoerd in het gerechtelijk wetboek, en meer bepaald art. 415, eerste lid dat bepaalt dat “een zaak wordt bij de tuchtraad aanhangig gemaakt binnen zes maanden nadat de overheid die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen, kennis heeft genomen van de feiten.”

Dit staat volgens de advocaat schril in tegenstelling tot de verjaringstermijn die in zake de advocatuur geldt, en waarbij art. 474 Ger. W. een verjaringstermijn van twaalf maanden heeft ingesteld voor het instellen van een tuchtonderzoek tegen een advocaat, waarbij de tuchtoverheid beschikt over die termijn van twaalf maanden na de daadwerkelijke kennisname van de feiten om het tuchtonderzoek in te stellen.

De vergelijking die wordt aangevoerd tussen de tuchtprocedure in zake de advocatuur enerzijds en die in zake de magistratuur anderzijds kan bezwaarlijk weerhouden worden, aangezien dit volgens de tuchtraad geen zonder meer vergelijkbare categorieën betreft. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden.

Uit de feitelijke gegevens van het dossier blijkt dat de advocaat op slinkse wijze heeft geprobeerd om, tijdens zijn periode van schorsing, een zaak te laten pleiten voor de Politierechtbank Aalst door een vervanger, aan wie werd gevraagd de zaak “op eigen naam” te behandelen.

Als reden daarvoor werd opgegeven: “gezien ikzelf niet kan optreden”, zonder verdere toelichting.

In dezelfde opdrachtmail wordt wel aan de confrater gevraagd zijn kostennota aan de advocaat over te maken.

Daaruit blijkt duidelijk dat de advocaat aan zijn confrater niet de echte reden van zijn onbeschikbaarheid heeft medegedeeld, terwijl wel werd gevraagd de kostennota aan hem over te maken, wat zonder meer betekent dat de advocaat (1) zijn confrater om de tuin heeft geleid, en (2) tijdens zijn periode van schorsing het beroep van advocaat heeft uitgeoefend, doordat hij klaarblijkelijk tijdens deze periode zaken aannam, en zich daarvoor ook liet betalen, vermits niet kan aangenomen worden dat de advocaat de kosten van zijn vervanger met eigen penningen zou betalen.

Een rechtschapen houding van de advocaat zou tot gevolg hebben gehad dat hij geen zaken van zijn cliënt zou hebben aanvaard tijdens zijn periode van schorsing, minstens dat hij bij het doorsturen van zijn cliënt naar een andere advocaat deze laatste zou hebben geïnformeerd over de ware reden van zijn onmogelijkheid tot optreden.

Dat de advocaat in deze handelswijze voor zichzelf kennelijk geen probleem zag, spoort volkomen met het algemeen beeld van negatieve en chaotische wijze waarop hij zijn beroep als advocaat uitoefent, derwijze dat zijn kantoor onder bewind diende te worden geplaatst.

Uit het dossier blijkt een beeld van een advocaat die volledig de pedalen is kwijtgespeeld, en voor wie werkelijk alles, in strijd met de meest elementaire en fundamentele regels van de deontologie, toegelaten lijkt om het hoofd boven water te houden, zelfs tijdens een periode van opgelegde schorsing.

Dergelijke houding is het principe van de rechtschapenheid dat aan het beroep van advocaat ten grondslag ligt totaal onwaardig.

Daarbij houdt de tuchtraad tevens rekening met het feit dat voorheen reeds aan de advocaat de zware sanctie van de schorsing van één jaar door deze tuchtraad werd opgelegd, meer bepaald door de beslissing van 24 juni 2015, bevestigd bij beslissing van de Tuchtraad in beroep d.d. 10 mei 2016.

De tuchtraad kan alleen maar vaststellen dat deze voorgaande tuchtprocedure de advocaat op geen enkel moment tot enige correctheid in de uitoefening van zijn beroep als advocaat heeft kunnen inspireren.

De tuchtraad acht de schrapping een passende sanctie.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen