Ga verder naar de inhoud

TAG-430: Beslissing 21 maart 2018

Deel dit artikel

  • Derdengelden / derdenrekening
  • Verjaringstermijn
  • Schrapping

De advocaat beroept zich op de tuchtprocedure die inzake de magistratuur is ingevoerd in het gerechtelijk wetboek, en meer bepaald art. 415, eerste lid dat bepaalt dat “een zaak wordt bij de tuchtraad aanhangig gemaakt binnen zes maanden nadat de overheid die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen, kennis heeft genomen van de feiten.”

Dit staat volgens de advocaat schril in tegenstelling tot de verjaringstermijn die in zake de advocatuur geldt, en waarbij art. 474 Ger. W. een verjaringstermijn van twaalf maanden heeft ingesteld voor het instellen van een tuchtonderzoek tegen een advocaat, waarbij de tuchtoverheid beschikt over die termijn van twaalf maanden na de daadwerkelijke kennisname van de feiten om het tuchtonderzoek in te stellen.

De vergelijking die wordt aangevoerd tussen de tuchtprocedure in zake de advocatuur enerzijds en die in zake de magistratuur anderzijds kan bezwaarlijk weerhouden worden, aangezien dit volgens de tuchtraad geen zonder meer vergelijkbare categorieën betreft. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden.

Volgende inbreuken ten laste van de advocaat zijn bewezen:

De advocaat heeft de bedragen in kwestie op zijn derdenrekening ontvangen ten bate van de twee gewezen cliënten. Hij liet na deze door te storten, tenzij in het geval van de BVBA X gedeeltelijk.

De inbreuken op het Reglement in zake de verhandeling van derdengelden staan dan ook ontegensprekelijk vast.

Terzijde stelt de tuchtraad vast, in het geval van de BVBA X, dat door de uitvoerende gerechtsdeurwaarder een bedrag ingehouden werd op de voor de BVBA X bestemde en aan de advocaat door te storten derdengelden, aangezien de gerechtsdeurwaarder ingevolge een beweerde afspraak met de advocaat een deel van die derdengelden uit dit dossier inhield, om de nog in andere uitvoeringsdossiers openstaande kostenstaten ten laste van de advocaat te regelen.

Andermaal diende de advocaat overigens te worden gedagvaard door een gewezen cliënt in betaling van niet doorgestorte derdengelden, wat van die aard is dat het vertrouwen dat dient te heersen tussen de advocatuur en de rechtsmachten grondig werd geschaad.

De tuchtraad houdt vooreerst rekening met het feit dat de wijze waarop de advocaat zijn beroep gedurende jaren heeft gevoerd als erg negatief en chaotisch wordt ervaren: diverse en soms zeer zware inbreuken op de reglementering inzake de derdengelden van cliënten of derden, het niet op gepaste wijze reageren op de maatregelen die de stafhouder meende te moeten nemen, het feit dat zijn kantoor onder bewind diende te worden gesteld, en zelfs zijn dossiers in bewaring dienden te worden genomen.

De tuchtraad tilt voorts zeer zwaar aan de specifieke inbreuken die de advocaat andermaal inzake het Reglement op de derdengelden heeft begaan. Nochtans is een correcte en eerlijke behandeling van de gelden die aan derden toebehoren een zeer essentiële pijler van het beroep van advocaat.

De tuchtraad houdt tevens rekening met het feit dat voorheen reeds voor gelijkaardige inbreuken aan de advocaat de zware sanctie van de schorsing van één jaar door deze tuchtraad werd opgelegd, meer bepaald door de beslissing van 24 juni 2015, bevestigd bij beslissing van de Tuchtraad in beroep d.d. 10 mei 2016.

De tuchtraad acht de schrapping een passende sanctie.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TB-0198-2018: Beslissing 10 juli 2018

Derdengelden / derdenrekening
Schrapping

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen