Ga verder naar de inhoud

TAG-417: Beslissing 12 april 2017

Deel dit artikel

  • Roerende goederen als betaalmiddel
  • Procedure vereffening-verdeling
  • Informatieverplichting
  • WER
  • Transparantie kosten en ereloon
  • Fiscaal misdrijf
  • Leugenachtige verklaringen
  • Ereloonbetwisting
  • Arbitrage
  • Art. III.74 WER
  • Art. VI.100 WER
  • Bevoegdheid tuchtraad
  • Blanco tuchtverleden
  • Deels vrijspraak
  • Schorsing 14 dagen

De advocaat heeft zich bepaalde goederen laten overhandigen ter betaling van zijn honoraria, terwijl hij wist dat deze goederen dienden te worden bekend gemaakt in de vereffening en verdeling. Het kan een advocaat niet ten kwade worden geduid dat hij, in dossiers dat al lopende waren voor de inwerkingtreding van artikel III.74 W.E.R., niet specifiek zijn cliënt op de hoogte brengt van de in dat wetsartikel voorziene informatieverplichtingen. Waar het uiteraard steeds aangewezen is dat de advocaat zich voldoende en tijdig laat provisioneren, kan de tuchtraad aannemen dat in een procedure van vereffening en verdeling de (minstens stilzwijgende) afspraak is gemaakt om pas om het einde af te rekenen.

De cliënt uitnodigen ter bespreking van zijn staat van kosten en ereloon met de mededeling dat indien er in dit gesprek geen minnelijk akkoord wordt bereikt, de officiële staat nog zal worden verhoogd “met nog niet aangerekende kosten en prestaties” en met de btw, zet de cliënt aan tot regeling van de ereloonstaat zonder btw, wat een fiscaal misdrijf is en bijgevolg ook een inbreuk op de algemene principes van waardigheid en rechtschapenheid die het beroep van advocaat kenmerken.

Verwijzen naar een opgelegde tarifering van de Orde om aan zijn geleverde diensten een vertrouwenslabel te willen toekennen is strijdig met artikel VI.100 Wetboek Economisch Recht.

Uitsluitend de beslagrechter en niet de tuchtraad is bevoegd om het rechtmatig karakter van het bewarend beslag onder derden te beoordelen. De tuchtraad kan enkel vaststellen dat de wettelijke voorwaarde van artikel 1445 Ger. W. vervuld is.

De advocaat koppelde zijn eventueel akkoord met arbitrage over het ereloon aan bepaalde voorwaarden. Afgezien van de inhoud van die voorwaarden – voorwerp van andere tenlasteleggingen – , kan niemand gedwongen worden om in te stemmen met arbitrage. De arbitrageprocedure is van suppletief recht en moet het voorwerp uitmaken van een specifieke overeenkomst tussen de partijen (artikel 1681 Ger. W.). De contractsvrijheid van de partijen impliceert dat de (beide) partijen de onderwerping van het geschil aan arbitrage kunnen afhankelijk stellen van welbepaalde voorwaarden. Het louter afhankelijk stellen van zijn instemming met de arbitrageprocedure van het vervullen van bepaalde voorwaarden, is geen deontologische inbreuk.

Voor de bewezen verklaarde feiten wordt een schorsing van 14 dagen opgelegd. Hij heeft zich bij die feiten zelfs over de grens van het strafrechtelijk toelaatbare begeven. Anderzijds wordt ook rekening gehouden met het blanco tuchtrechtelijk verleden en de frustratie om na 15 jaar nog niet naar behoren dreigen te worden betaald.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen