Ga verder naar de inhoud

TAG-338: Beslissing 16 maart 2016

Deel dit artikel

  • Permanente vorming
  • Bevoegdheid onderzoeker
  • Bevoegdheid stafhouder
  • Advies versus beslissing
  • Verweer
  • Rechten van verdediging
  • Motiveringsplicht
  • Gelijkheidsbeginsel
  • Schorsing 8 dagen
  • De kosten

De advocaat roept drie middelen in:

  1. schending van artikel 458 § 1 en 2 Ger. W., schending van de (formele) motiveringsplicht, schending van het onpartijdigheidsbeginsel met betrekking tot het voorafgaand onderzoek;
  2. schending van de artikelen 495 en 496 Ger. W., schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (artikelen 10 en 11 van de Grondwet), bij toepassing van artikel 159 van de Grondwet, buiten toepassing verklaren, in de mate zoals aangediend, van het Regelement inzake Permanente Vorming van 16 juni 2010;
  3. ondergeschikt: de eigen permanente vorming.

M.b.t. het eerste middel meent de tuchtraad dat het duidelijk is dat de onderzoeker werd aangesteld met volheid van bevoegdheid om de weerhouden tuchtrechtelijke inbreuk ten gronde te onderzoeken, met alle respect voor de rechten van verdediging van de betrokken advocaat, en met de onderzoeksmogelijkheden die hem wettelijk en reglementair voorstaan. De onderzoeker heeft volop de rechten van verdediging van de advocaat geëerbiedigd door hem de kans te bieden ofwel schriftelijk ofwel via een persoonlijk verhoor zijn verweer voor te brengen. De advocaat is evenwel op geen van beide mogelijkheden van verweer ingegaan, zonder zelfs enig antwoord aan de onderzoeker te verstrekken. Dat getuigt van een afwezigheid van respect voor de deontologische voorschriften. De onderzoeker heeft zijn verslag afgesloten met de conclusie dat geen verder onderzoek ingevolge de volledige inertie en het stilzwijgen vanwege de advocaat noodzakelijk was. Op basis van de stukken en het verder niet ingaan op de mogelijkheid van verweer werd besloten dat de deontologische inbreuk diende te worden weerhouden met het oog op doorverwijzing naar de tuchtraad van advocaten. Dit is op zichzelf een louter advies en een vaststelling, doch geen beslissing, bekomen op basis van het gevoerde onderzoek.

Conform art. 458 Ger.W. hoort enkel de stafhouder te oordelen of het geval ernstig genoeg is om het naar de voorzitter van de tuchtraad door te verwijzen, terwijl de stafhouder de eerste en overigens op lokaal vlak de enige instantie is die desgevallend kan beslissen dat de zaak niet ontvankelijk is, dat ze ongegrond dan wel van een onvoldoende gewicht om een tuchtprocedure te verantwoorden. Het feit dat de onderzoeker na afronding van het hem opgedragen onderzoek tot de bevinding is gekomen dat de inbreuk wel degelijk vaststaand is, doet geen afbreuk aan het monopolie van de stafhouder om al dan niet verder een tuchtrechtelijk gevolg aan de zaak te verlenen, wat in casu het geval is geworden. Zowel de onderzoeker als de stafhouder hebben alle rechten van verdediging van de betrokken advocaat ten volle gerespecteerd. Conform art. 459 §1 Ger. W. neemt de tuchtraad kennis van de tuchtzaken ‘door toedoen van de stafhouder’, die op het niveau van de lokale orden de enige instantie is die het beslissingsrecht bezit om een vervolging al dan niet in te stellen, dan wel de zaak te seponeren of zich desgevallend te beperken tot een ‘vaderlijke’ vermaning. De stafhouder is geen vervolgende partij, noch een rechterlijke instantie, maar treedt op als orgaan van de orde. In die zin dient zijn beslissing om de zaak te verwijzen naar de voorzitter van de tuchtraad gemotiveerd te zijn. Nu de wet zelf m.b.t. de plicht tot motiveren geen concrete indicaties verleent, dient de tuchtraad te oordelen of de verwijzing al dan niet genoegzaam in recht is gemotiveerd. In casu heeft de stafhouder op een adequate en behoorlijke wijze zijn beslissing tot doorverwijzing gemotiveerd. Alle procedurele voorwaarden werden gerespecteerd, het onderzoek is rechtsgeldig geschied en de tuchtvordering werd op een ontvankelijke wijze ingediend en doorgevoerd.

M.b.t. het tweede middel faalt de door de advocaat aangehaalde argumentatie ook. Het hoort de Orden toe erover te waken dat tussen de advocaten die ervan deel uitmaken de volle gelijkheid moet worden behouden. Beslissingen om zich op een eigen manier bij te scholen zouden dan immers aan elke individuele advocaat moeten worden voorbehouden in het kader van dit gelijkheidsbeginsel en die zouden het evidente risico inhouden om in een situatie van volkomen en niet te aanvaarden willekeur terecht te komen. Dit zou alleen maar tot gevolg hebben dat de essentie van kwestieus reglement compleet zou worden uitgehold.

M.b.t. het derde middel twijfelt de tuchtraad er geenszins aan dat de advocaat bij zijn overstap naar een andere balie in dat betreffende jaar een hectische periode heeft doorgemaakt, noch dat hij zich individueel en persoonlijk in het kader van zijn eigen beroepspraktijk ook continu bijschoolt. Evenwel moet de tuchtraad vaststellen dat de advocaat geen vraag tot afwijking langs de wettelijk geëigende weg bij de stafhouder heeft ingediend. Nochtans beschikt elke advocaat behorend tot de Orde van Vlaamse Balies over die reglementaire mogelijkheid om dergelijk verzoek te richten en hiertoe zijn argumenten te laten gelden. De advocaat heeft in het betrokken gerechtelijk jaar geen enkel opleidingspunt behaald en beschikt hiervoor in wezen niet over een geldige verklaring noch excuus. Dat feit houdt een inbreuk in op de waardigheid en de kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen.

Enerzijds rekening houdend met de aard van de feiten en de obstinate weigering om de dwingende bepalingen van het reglement te volgen en anderzijds rekening houdend met de elementen die de advocaat in zijn conclusies heeft laten gelden, dringt een tuchtsanctie van schorsing van 8 dagen zich op. De kosten worden tevens ten laste gelegd van de advocaat.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TB-0153-2016: Beslissing 18 april 2017

Permanente vorming
Waarschuwig

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen