Ga verder naar de inhoud

TAA/SH/0214/2015: Beslissing 30 april 2015

Deel dit artikel

  • Advocaat-gerechtelijk mandataris
  • Faillissementswet versus OVB-reglement
  • Reglementering derdengelden
  • Curator
  • Gelden onttrekken aan faillissementsboedels
  • Afhaling gelden van rubriekrekeningen zonder machtiging
  • Vervalsen verslagen
  • Volledige terugbetaling
  • Zelf aangifte gedaan
  • Verzoek tot opschorting onder voorwaarden
  • Bijzondere inzet voor de balie
  • Verzwarende omstandigheden
  • Schrapping

De niet-betwiste feiten betreffen het systematisch en jarenlang tijdelijk onttrekken van gelden aan diverse faillissementsboedels waarbij de neergelegde verslagen werden vervalst om de onttrekking te verbergen voor de controle van de rechter-commissaris. Nu het controlesysteem slechts de neerlegging van het laatste bankuittreksel over de gecontroleerde periode vereiste, kon in de voorafgaande verrichtingen het verschil worden weggewerkt. De neerlegging van niet-gemanipuleerde bankuittreksels zou de onttrekking onmiddellijk hebben blootgelegd. Door de wijziging van het controlesysteem – waarbij álle rekeninguittreksels moesten worden bijgebracht – heeft de advocaat zichzelf aangegeven, na eerst zoveel mogelijk te hebben aangezuiverd. Bij de behandeling van de tuchtzaak waren alle onttrokken activa terugbetaald (in totaal € 852.845,13 waarvan +/- 2/3 was terugbetaald op datum van de aangifte). Ook de intresten werden terugbetaald aan het tarief van de wettelijke rentevoet zoals vastgelegd in art. 51 Faill.W.

In eerste instantie wordt vervolgd wegens schending van art. 455 Ger. W. doch ook wegens schending van de reglementen inzake het houden en het beheer van derdengelden. De rubriekrekeningen die een curator opent, vallen evenwel onder de regeling zoals bepaald in de faillissementswet en vallen onder controle van de rechter-commissaris.

De advocaat-gerechtelijk mandataris blijft onderworpen aan de deontologie van de advocaat, tenzij de deontologische regel onverenigbaar is met zijn mandaat. De deontologische bepalingen moeten worden onderzocht op hun onverenigbaarheid met de faillissementswet die voorrang heeft op de bepalingen van het OVB-reglement. De vordering – in de mate gesteund op de OVB-reglementen inzake het houden en het beheer van derdengelden – is dan ook ongegrond. Ook de vordering gesteund op de codex Deontologie is ongegrond nu deze pas na de feiten van kracht werd. Evenmin is de Gedragscode voor de advocaten van de Europese Gemeenschap van toepassing.

Door evenwel opzettelijk in strijd met de bepalingen van de faillissementswet te handelen, handelt de curator in strijd met art. 455 Ger. W. en schendt hij de verplichting te handelen om de eer van de Orde van advocaten op te houden en de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen.

Behalve enkele aangenomen verzachtende omstandigheden, zijn er ook diverse verzwarende omstandigheden waardoor de tuchtraad zich niet kan verzoenen met een lichtere straf dan de schrapping. Nu de voormalige advocaat aangaf niet meer naar de balie te willen terugkomen en vroeg om een straf die niet de zwaarste is, maar die hem wel de toegang tot het beroep blijft verbieden, suggereerde zijn raadsman als sanctie een opschorting van tuchtsanctie onder de voorwaarde niet meer om inschrijving op het tableau te vragen.

De verkiezing tot, en de uitoefening van het mandaat als lid van de raad van de Orde, later als stafhouder en tenslotte als bestuurder van de OVB vormen geen verzachtende omstandigheid. Wel integendeel, zij verzwaren de verantwoordelijkheid van de voormalige advocaat in toepassing van art. 455 Ger. W.

De tuchtvervolging is toelaatbaar doch ongegrond in zoverre gesteund op de toepassing van het Reglement van de OVB dd. 11 december 2002 inzake de verhandeling van gelden en/of derden en/of het Reglement van 21 november 2012 inzake de verhandeling van gelden van cliënten of derden, de rapportering en de controle; in toepassing van art. 3.8, hoofdstuk 3 tot regeling van de verhouding tot de cliënt van de Gedragscode voor de advocaten van de Europese Gemeenschap toepasselijk verklaard door de AV van de OVB dd. 31 januari 2007; in toepassing van het Reglement betreffende de verhandeling van gelden van cliënten of derden, de rapportering en de controle, goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Orde van Vlaamse Balies op 21 november 2012 zoals thans opgenomen in de van 01.01.2015 van toepassing zijnde Codex Deontologie in Deel III, Uitoefening van het beroep van advocaat, Hoofdstuk III.2 Relaties ten aanzien van advocaten, Afdeling III.2.8 Derdengelden; in toepassing van de Gedragscode voor Europese advocaten, goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Orde van Vlaamse Balies op 31 januari 2007 zoals thans opgenomen in de van 01.01.2015 van toepassing zijnde Codex Deontologie, in Deel X.

Evenwel zijn de tenlasteleggingen bewezen en gegrond in toepassing van artikel 455 Ger. W. en wordt de tuchtsanctie van de schrapping opgelegd.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen