Ga verder naar de inhoud

TAA/SH/0111/2012: Beslissing 28 februari 2013

Deel dit artikel

  • Relaties ten aanzien van de media
  • Proces in de media
  • Artikel 57 §1 Sv
  • Vrijspraak

Er ligt geen enkel bewijs voor dat de advocaat zich zou schuldig gemaakt hebben aan overtreding van het “na het in beraad stellen van de zaak tot de uitspraak” enig publiek commentaar/interview te hebben gegeven/toegestaan. Er wordt geen enkel citaat van de advocaat aan de tuchtraad voorgelegd dat erop zou wijzen dat hij “het proces in de media heeft gevoerd”.

Analyse van de tv-nieuwsuitzendingen, waarin interviews van de advocaat werden uitgezonden, leert dat de inhoudelijke standpunten die hij in de procedure ontwikkelde enkel aan bod kwamen in citaten op het scherm getoond en voorgelezen door de nieuwslezer. Tevens waren zijn verklaringen telkens bondig en nuchter zonder sensatie en/of overdreven emotie.

Het is niet (meer) betwistbaar dat een advocaat zijn cliënt niet enkel in de rechtszaal bijstaat, maar ook daarbuiten, bv. in de pers. De rechtspraak van de tuchtraad van beroep voor advocaten erkent uitdrukkelijk dat contacten met de media “tot het takenpakket van de advocaat horen” .

Slechts 1 principe mag relevant zijn bij de beoordeling van de tenlasteleggingen: m.n. het principe dat verklaringen door een advocaat die geen betrekking hebben op “het voeren van het proces in de media” toegelaten zijn. Voorwaarde hiervoor is dat hierover “zo mogelijk” vooraf de stafhouder geraadpleegd is: het is niet betwist dat vooraf overleg gepleegd is tussen de advocaat en de stafhouder(s), zowel schriftelijk als mondeling.

De opgelegde doch niet gevolgde “mediastilte” is niet conform de principes van art. 3.6 van het OVB-reglement inzake advocaat en media.

Het belang van de nabestaanden van de slachtoffers overstijgt het belang van mogelijk “spanningsveld tussen zijn mede-confraters en hun cliënten …” tenminste op voorwaarde dat de verklaringen van de raadsman niet onwaardig/onkies zijn. De objectieve relevantie van de frequentie van de verklaringen door de advocaat kan volgens de tuchtraad mogelijk in vraag gesteld worden: zij kan gewettigd geweest zijn in functie van de overdreven belangstelling van de pers en dus de bescherming van zijn cliënten hiertegen. De extreme, vaak op sensatie gerichte acties van bepaalde journalisten kunnen ad hoc een afscherming van de betrokken partijen noodzakelijk maken. De advocaat is hiervoor dan de geschikte persoon, mits zich te houden aan de deontologische spelregels.

In zijn verslag conform art. 458 § 2 Ger.W., verslag van 16 mei 2012, motiveert de Stafhouder in fine pag. 5 nog dat het optreden van de advocaat “enkel als een vorm van publiciteit kan worden omschreven”. Naar de overtuiging van de Tuchtraad wordt bij dit motief ten onrechte het noodzakelijk afschermen van de nabestaanden van de slachtoffers ten opzichte van een al te opdringerige pers over het hoofd gezien. De zogenaamde “inhoudelijk verwaarloosbare” verklaringen hebben naar de mening van de Tuchtraad tenminste precies die strekking/betrachting. De terechte bekommernis van de stafhouder(s) om een herhaling te vermijden van hetgeen op dat vlak misliep in een vorig spraakmakend assisenproces (de zgn. parachutemoord) heeft voor gevolg gehad dat er geen verklaringen over de inhoud van het dossier door de betrokken raadslieden in de media zijn gebracht. Deze lovenswaardige bekommernis heeft haar doel bereikt. De advocaat heeft dit doel niet miskend.

De tuchtraad meent dat de advocaat moet worden vrijgesproken over de volledige lijn. Ook het geheim van het gerechtelijk onderzoek werd niet geschonden.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen