- Opvolging
- Schorsing
De advocaat wordt vervolgd voor het niet tijdig overmaken van een dossier aan de opvolgende advocaat.
Door de advocaat wordt opgeworpen dat deze tuchtvervolging een schending inhoudt van het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem.
De tuchtraad oordeelt dat onderhavige feiten zich uitstrekten over een andere periode, namelijk de periode nà de beëindiging van het mandaat van de advocaat, toen hij dus geen raadsman meer was van A maar wel nog de verplichtingen van correcte overdracht van het dossier had ten opzichte van zijn gewezen cliënte èn ten aanzien van de opvolgende confrater.
Bij het beoordelen van de tuchtsanctie houdt de tuchtraad rekening met de moedwillige houding van de advocaat om een cliënte dwars te liggen.
De tuchtraad veroordeelt de advocaat tot een schorsing van 8 dagen.