- Kiesheid, waardigheid en, rechtschapenheid
- Onafhankelijkheid
- Beroepsgeheim
- Vrijspraak
Een advocaat wordt vervolgd wegens een mogelijke inbreuk op de regelgeving inzake tegenstrijdige belangen.
De advocaat erkent wel dat hij in een ver verleden formeel opgetreden is als raadsman van beide partners in verschillende procedures, maar dat er in dit dossier geviseerde optreden geen sprake was van enige schending van het beroepsgeheim.
Het optreden tegen een vroegere cliënte is niet ipso facto verboden. Men dient in concreto na te gaan of dit kan uit het oogpunt van het beroepsgeheim, de onafhankelijkheid en de regel van de kiesheid.
In dit geval meent de tuchtraad dat er inderdaad geen sprake was van enige schending van het beroepsgeheim, en dat de verlopen tijd en de zeer beperkte contacten die hebben plaatsgevonden in het verleden, tot gevolg hebben dat het optreden van de advocaat niet als onkies mag worden bestempeld.
Voor de tuchtraad staat het dus niet met zekerheid vast dat de advocaat een inbreuk heeft begaan op de artikelen 6 en 7 CDA inzake tegenstrijdige belangen.
De tuchtraad verleent aan de advocaat het voordeel van de twijfel, en spreekt hem vrij.