- Detachering
- Berisping
De advocaat wordt vervolgd wegens volgende niet betwiste feiten:
- Het niet-meedelen van een schriftelijke overeenkomst met betrekking tot de detachering van de advocaat, voorafgaand aan de aanvang van de activiteit (art. 94 Codex deontologie), dan wel minstens tijdens de uitvoering van de activiteit indien deze een aanvang zou hebben genomen vooraleer de reguliere bepalingen inzake de detachering van toepassing werden (art. 96 Codex deontologie), gezien slechts na opening van het tuchtonderzoek en na herhaaldelijk aandringen van de stafhouder finaal een ondertekende overeenkomst werd meegedeeld.
- Het niet hechten van de deontologische bepalingen inzake de detachering aan de overeenkomst, om er deel van uit te maken (art. 90 Codex deontologie), gezien slechts aan de laatste versie van de overeenkomst, meegedeeld aan de stafhouder, de tekst van het reglement werd gehecht.
- Door er onvoldoende op te hebben toegezien dat de detachering geen aanleiding geeft tot verwarring en dat de advocaat zich kenbaar maakt als advocaat (art. 92 Codex deontologie), terwijl de advocaat evenmin documenten ondertekent gebruik makend van het briefhoofd of logo van de opdrachtgever en terwijl de advocaat al evenmin gebruik maakt van een e-mailadres van de opdrachtgever.
Nochtans dient vastgesteld te worden dat de advocaat wordt omschreven als een consultant en niet als de advocaat, moet vastgesteld worden dat de advocaat briefhoofd gebruikt van NV X en moet vastgesteld worden dat zij een e-mailadres gebruikt van het bedrijf X.
- Door gebeurlijk afbreuk te doen aan het verplicht vertrouwelijk karakter van de contacten met andere advocaten (art. 93 Codex deontologie), terwijl de advocaat briefwisseling heeft gevoerd met confraters en daarbij het mailadres van X heeft gebruikt, terwijl deze mails ook op de server van X bewaard blijven.”
In zijn arrest Nr. C.16.0177.N van 3 februari 2017 heeft het Hof van Cassatie reeds over de deontologische regels inzake detachering geoordeeld :
“…dat de vrije uitoefening van enige economische activiteit onder meer kan worden beperkt door wetten die de openbare orde betreffen.
De regels die de uitoefening van het beroep van advocaat regelen, in het bijzonder met betrekking tot de onafhankelijkheid van de advocaat en de vertrouwelijkheid van de contacten tussen de advocaten onderling en tussen advocaten en hun cliënt, zijn van openbare orde. … In zoverre het middel aanvoert dat het bestreden reglement nietig is omdat het strijdig is met de bij wet gewaarborgde ondernemingsvrijheid van advocaten, kan het niet worden aangenomen.”
Verder oordeelde het Hof van Cassatie in hetzelfde arrest eveneens :
“De in het bestreden reglement gereglementeerde detachering spoort met de handhaving van wezenlijke belangen van de advocaten die door de wetgever aan de OVB zijn toevertrouwd, in het bijzonder …. de bevoegdheid om de werkzaamheden van advocaten in het kader van detachering te reglementeren ter vrijwaring van de onafhankelijkheid van de gedetacheerde advocaten, de uitsluiting van verwarring nopens de onafhankelijkheid van de advocaat in geval van detachering, de vertrouwelijkheid van de contacten tussen advocaten onderling en tussen advocaten en hun cliënt, en het toezicht op de modaliteiten van die detachering door de stafhouder, alsook om die detachering die niet beantwoordt aan voormelde waarborgen van onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid onverenigbaar te verklaren met het beroep van advocaat. Het nagestreefde doel, dit is het vrijwaren van de onafhankelijkheid en de vertrouwelijkheid, is evenredig met de opgelegde maatregel, dit is het bevestigen van de onafhankelijkheid en de vertrouwelijkheid in het kader van detachering.”
Nog daargelaten het gegeven dat niet valt in te zien waarom een verbod op het gebruik van het briefhoofd en/of e-mailartes van de opdrachtgever de detachering onmogelijk zou maken, kan aldus niet worden aangenomen dat artikel 92 van de Codex deontologie een onwettige beperking van de vrije beroepsuitoefening zou uitmaken of onevenredig zou zijn ten aanzien van het beoogde doel.
Bij de bepaling van de sanctie van deze tuchtfeiten houdt de tuchtraad rekening met volgende elementen :
- De advocaat heeft een tuchtvrij verleden. Zij is nog een jonge advocate en heeft zich mogelijk, ondanks de duidelijke en herhaaldelijke communicatie vanwege de balie over detachering, te gemakkelijk laten leiden door de beïnvloeding van het bemiddelingskantoor Y resp. het bedrijf X. Op basis daarvan zou de lichtste sanctie van de waarschuwing kunnen volstaan.
- Daarentegen is het laakbaar dat de advocaat ook nog tijdens het tuchtonderzoek talmde met de beantwoording van de vragen van de stafhouder en het meedelen van de nieuwe overeenkomst. Dit is een verzwarend element.
- Tenslotte is gebleken dat de detachering ook niet echt beperkt is en een zeer belangrijk aandeel van de professionele werkzaamheden van de advocaat vertegenwoordigt. Zij verricht nagenoeg onafgebroken activiteiten als gedetacheerd advocaat bij het bedrijf X. Ter zitting van verklaarde de advocaat dat zij gedurende vier werkdagen per week tijdens de normale kantooruren werkzaam is bij het bedrijf X. Zelfs met de bijkomende toevoeging dat zij daarnaast nog ongeveer evenveel tijd spendeert aan haar ander werk als advocaat, kan niet ontkend worden dat dit geen detachering van beperkte omvang is. Ook dat is een verzwarende omstandigheid.
Rekening houdend met enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds de concrete omstandigheden waarin deze zich hebben voorgedaan en met het tuchtvrij verleden van de advocaat, beslist de tuchtraad om aan de advocaat de sanctie van een berisping op te leggen.