Ga verder naar de inhoud

TAA/SA/0109/2012: Beslissing 20 december 2012

Deel dit artikel

  • Strafrechtelijke veroordeling
  • Valsheid in geschriften
  • Strafrechtelijke versus tuchtrechtelijke inbreuken
  • Handel drijven
  • Wettelijke onverenigbaarheid
  • Schorsing 6 maanden met uitstel gedurende 5 jaar
  • Verbod te worden verkozen in een bestuursfunctie binnen de Orde van Advocaten (artikel 460 al. 3 Ger.W.)
  • Verbod tot opnemen van enig bestuursmandaat in een handelsvennootschap

Deze strafrechtelijke veroordeling heeft gezag en kracht van gewijsde erga omnes.

Art. 417 Ger. W. bepaalt dat de tuchtvordering los staat van de strafvordering en van de burgerlijke rechtsvordering.

Er kunnen disciplinaire vervolgingen zijn voor feiten die geen strafrechtelijke inbreuken daarstellen, en strafrechtelijke inbreuken zijn niet noodzakelijk disciplinaire fouten (STEVENS, J., Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, 2° ed., nr. 1040). De strafrechtelijke veroordeling op zich volstaat niet om tot de plichtigheid van de advocaat te besluiten.

De tuchtraad dient dus te onderzoeken of de gepleegde feiten en handelingen in strijd zijn met de beroepsplichten van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid.

De tuchtraad stelt vast:

  • dat de advocaat minstens sinds 1996 handel drijft en dit in strijd met art. 437, 3° Ger. W. en dat hij dit met zijn eigen verklaringen op de zitting van 29.11.2012 heeft toegelicht en erkend; dat het leiden als bestuurder, in feite en in rechte van een grote handelsonderneming onbetwistbaar en onvermijdelijk gelijkstaat met het drijven van handel en nijverheid;
  • dat de advocaat door zich in het zakenleven te mengen zich blootgesteld heeft aan enorme risico’s, inclusief het risico van de illegaliteit minstens de schemerzone tussen illegaliteit en een correct ondernemerschap; dat zelfs als het in zijnen hoofde strafrechtelijk beteugeld handelen in het zakenleven zou kunnen beschouwd worden als een tolereerbaar maximaliseren van inkomsten en beperken van (fiscale) uitgaven, er voor een advocaat ter zake andere normen gelden;
  • dat zelfs als hij slachtoffer zou zijn van kwade trouw vanwege medecontractanten, zoals hij beweert, hij zelf verantwoordelijk is voor de gevolgen van de door hem gekozen weg, die in geen geval verenigbaar was en is met deze van het beroep van advocaat.

De tuchtraad oordeelt dat niet de vaststaande en onbetwistbare strafrechtelijke veroordeling op zich, maar vooral het drijven van handel en nijverheid, zoals dit blijkt uit het voorliggende dossier en de strafrechtelijke tenlasteleggingen, ongeacht of ze hebben geleid tot een vrijspraak dan wel een veroordeling, in strijd was en is met de plichten van waardigheid en kiesheid, die gesanctioneerd worden in art. 455 Ger. W. Het miskennen van een wettelijke onverenigbaarheid zoals deze voorzien in art. 437, 3° Ger. W. betekent automatisch een inbreuk op de plichten van waardigheid en kiesheid.

Zelfs als de tuchtraad zou aannemen, wat zij niet kan noch wenst te doen, dat de strafrechtelijke veroordeling voor kritiek vatbaar is, zoals de advocaat suggereert, dan nog staat de ernstige tekortkoming aan de beroepsplichten vast.

De advocaat heeft door zijn inbreuken op de waardigheid en de kiesheid zijn eigen rechtschapenheid en integriteit in gevaar gebracht; hij heeft een strafrechtelijke veroordeling opgelopen die zijn integriteit aantast en zijn rechtschapenheid beschadigt. Door zijn handelen in strijd met de waardigheid en de kiesheid en door de beschadiging van zijn rechtschapenheid heeft hij ook de eer van de Orde van Advocaten geschaad.

De tuchtraad verklaart hem dan ook plichtig aan de tenlastelegging, die voortvloeit uit art. 455 Ger. W.

Bij de bepaling van de tuchtsanctie houdt de tuchtraad rekening met de volgende gegevens:

  • meer dan 30 jaar lid van de balie en een onberispelijke staat van dienst op tuchtrechtelijk vlak;
  • de inbreuken werden niet gepleegd in de beroepsuitoefening, er werd geen cliënteel benadeeld;
  • de feiten gebeurden in de extra-professionele sfeer, meer bepaald in het beheer van het persoonlijk vermogen;
  • hij is door zijn avontuur in het zakenleven klaarblijkelijk al zwaar getroffen in zijn persoonlijk leven en fortuin.

De tuchtraad acht het gepast om voor deze inbreuk een schorsing op te leggen van zes maanden.

Gelet op het blanco tuchtrechtelijk verleden wordt hem het voordeel van uitstel van tenuitvoerlegging van deze sanctie verleend gedurende een termijn van vijf jaar.

Hem wordt ook een verbod opgelegd om de eerstvolgende vijf jaar nog enig bestuursmandaat in een handelsvennootschap op te nemen of uit te oefenen, hetzij persoonlijk, hetzij via tussenpersoon.

De tuchtraad legt hem bovendien het verbod op om verkozen te worden in een bestuursfunctie binnen de Orde van Advocaten zoals bepaald in art. 460 al. 3 Ger.W.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen