Ga verder naar de inhoud

TAA/SA/0103/2012: Beslissing 7 juni 2012

Deel dit artikel

  • Openbare zitting als basisprincipe
  • Gebrek aan diligentie van de advocaat
  • Gebrek aan diligentie van de cliënt
  • Niet beantwoorden briefwisseling stafhouder en tegenstrever
  • Exceptie van onontvankelijkheid
  • Uitlokking
  • Waarschuwing

De behandeling van een tuchtzaak kan niet worden opgesplitst in een deel met gesloten deuren en een deel in openbare zitting. De openbare Orde, de goede zeden of de bescherming van het privéleven worden niet geschaad door een behandeling in openbare zitting. Het dubbel verzoek om deels in openbare zitting en deels met gesloten deuren de zaak te behandelen kan niet als een verzoek van de advocaat tot behandeling met gesloten deuren worden beschouwd in de zin van art. 458 §2, alinea 1 Ger. W. De basisregel van behandeling in openbare zitting, zoals voorzien in art. 458 §2, alinea 1 Ger. W. wordt dus toegepast.

De exceptie van onontvankelijkheid wordt niet aanvaard door de tuchtraad nu de tuchtraad geen enkel verband ziet tussen de omschreven feitelijkheden en de feiten die aan de huidige tuchtvervolging ten grondslag liggen. Het gebrek aan neutraliteit en onafhankelijkheid van de stafhouder tot de advocaat uit de door hem beschreven feitelijkheden meent te kunnen afleiden heeft geen enkele invloed op de feitelijkheden die aan de huidige tuchtvervolging ten grondslag liggen en die als dusdanig overigens niet worden betwist.

De advocaat houdt voor dat de feiten zouden zijn uitgelokt. De tuchtraad kan deze stelling evenwel niet bijtreden nu de advocaat het mandaat van zijn cliënte heeft aanvaard en hij haar heeft vertegenwoordigd voor het vredegerecht en nu een advocaat de belangen van zijn cliënt ten volle moet verdedigen, onafhankelijk van de betaling van zijn ereloon of de tarieven die hierop toegepast worden. Een advocaat is gehouden om alle plichten van zijn mandaat uit te voeren zolang hij niet op ondubbelzinnige wijze aan zijn cliënt te kennen heeft gegeven dat hij zich van zijn mandaat heeft ontlast. Het verweer omtrent de zogenoemde uitlokking mist iedere relevantie voor de beoordeling van de tenlastelegging.

De advocaat had het mandaat van zijn cliënte en de aanstelling door het BJB kunnen weigeren, opschorten of in vraag stellen als hij vaststelde dat zijn cliënte van het BJB een andere begroting van provisie had meegekregen dan hijzelf. Eerder dan de belangen van zijn cliënt niet of onvoldoende te behartigen en nadien hieromtrent uitlokking in te roepen had hij heel eenvoudig de anomalie tussen de twee provisiebegrotingen kunnen voorleggen aan het BJB zodat het misverstand hieromtrent onmiddellijk kon worden opgelost. Zelfs als de materiële fout van het BJB zou zijn uitgelokt, dan nog kan deze fout geen invloed hebben gehad op de deontologisch onverantwoorde handelswijze van de advocaat door zijn cliënt totaal niet te informeren en brieven van zijn tegenstrever onbeantwoord te laten. Verzachtende omstandigheden zijn in casu het feit dat het gebrek aan diligentie vanwege de advocaat samenliep met een gebrek aan diligentie vanwege de cliënt.

Evenwel mag een advocaat zich niet verschuilen achter een bepaalde houding van zijn cliënt om zijn eigen plichten en verantwoordelijkheden te miskennen. Zelfs als de cliënt weinig belangstelling vertoont of contact opneemt, heeft de advocaat nog steeds de plicht om zijn cliënt te informeren omtrent het verloop van de rechtsgang en de plichten die hieruit voor de cliënt ontstaan. De tuchtraad legt rekening houdend met de voormelde verzachtende omstandigheid de sanctie van waarschuwing op.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen