Ga verder naar de inhoud

TAA/SA/0097/2012: Beslissing 30 augustus 2012

Deel dit artikel

  • Tuchtvordering niet toelaatbaar
  • Geen uitspraak over de gegrondheid
  • Optreden als vereffenaar van een advocatenkantoor
  • Stafhouder en raadsman van de advocaat in vereffening zijn vennoten
  • Schijn van partijdigheid
  • Stafhouder wettelijk verhinderd
  • Bevoegdheid vice-stafhouder versus pro-stafhouder
  • Artikel 447 Ger. W.

Conform art. 458 Ger. W. is het de stafhouder die klachten ontvangt en onderzoekt en is het de stafhouder die conform art. 458 § 2 na onderzoek beslist of er redenen bestaan om een advocaat te laten verschijnen voor de Tuchtraad.

Uiteraard dient de beslissing van de stafhouder vrij te zijn van elke schijn van partijdigheid.

In casu zijn de stafhouder en de raadsman van de advocaat voor wiens kantoor de in deze procedure betrokken advocaat optreedt als vereffenaar, associés/kantoorgenoten en delen zij hetzelfde briefpapier.

Nu de stafhouder een tuchtonderzoek opende en een tuchtonderzoek liet instellen in een dossier met betrekking tot de vereffening van het advocatenkantoor van een advocaat, wiens persoonlijke raadsman de associé en kantoorgenoot is van de stafhouder, kan het optreden van deze laatste een schijn van partijdigheid doen ontstaan, wetende dat onpartijdigheid een primaire en essentiële waarborg is die aan de grondslag ligt van iedere rechtsbedeling, ook deze in tuchtzaken.

De stafhouder, aldus wettelijk verhinderd, had dienen te handelen zoals bepaald in art. 447 Ger. W., zodat de tuchtraad niet rechtsgeldig gevat is en de vordering als onontvankelijk dient afgewezen.

Conform art. 447 Gerechtelijk Wetboek dient – behoudens andersluidend reglement – in deze omstandigheden de stafhouder vervangen te worden door de oudst benoemde stafhouder die lid is van de Raad of bij gebreke daarvan door het oudste aanwezige lid van de Raad van de Orde.

Overeenkomstig art. 447 Gerechtelijk Wetboek werd op 8 december 1995 een reglement opgesteld door de Antwerpse Orde van advocaten dat in art. 3 stelt dat met ingang van 1 september 1996 “in geval van wettelijke verhindering de stafhouder wordt vervangen door de prostafhouder, vervolgens door één van diens voorgangers in opklimmende anciënniteit.”

De vice-stafhouder had derhalve geen enkele bevoegdheid om de klacht te ontvangen, deze te onderzoeken en evenzo niet om tot vervolging te besluiten.

In overeenstemming met het reglement van de Antwerpse Orde van advocaten diende aldus een mogelijk tuchtonderzoek en eventuele vervolging ingesteld te worden door de prostafhouder.

De regels met betrekking tot de exclusieve bevoegdheid van de stafhouder om een tuchtprocedure in te stellen zijn van noodzakelijk belang voor een goede rechtsbedeling en raken de openbare orde.

Ook op grond van deze overweging is de vordering zoals ingesteld niet toelaatbaar. De tuchtraad dient derhalve geen uitspraak meer te doen over de gegrondheid van de vordering.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen