Ga verder naar de inhoud

TAA/SA/0073/2011 en TAA/SA/0102/2012: Beslissing 30 augustus 2012

Deel dit artikel

  • Inbreuk artikel 196 Sw.
  • Artikelen 455-456 Ger. W.
  • Reglement derdengelden
  • Valsheid in geschriften
  • Derdengelden aanwenden voor zichzelf
  • Valselijk voorhouden aan cliënt dat procedure werd ingeleid
  • Artikel 458 § 3 Ger. W.
  • Tuchtverslag niet op straffe van nietigheid
  • Rechten van verdediging
  • Zwijgrecht geen absoluut recht
  • Gedeeltelijke vrijspraak
  • Schrapping van het tableau

Art. 458 §3 Ger. W. heeft betrekking op de hypothese dat de tuchtzaak door de advocaat of de klager aanhangig wordt gemaakt bij de voorzitter van de Tuchtraad. Nu in casu evenwel de tuchtzaak door de Stafhouder aan de voorzitter van de Tuchtraad werd overgemaakt met toepassing van artikel 458 §2 Ger. W., is art. 458 §3 Ger. W. en de in dit artikel opgenomen termijnen – waarvan de Tuchtraad overigens opmerkt dat deze termijnen niet op straffe van nietigheid of verval zijn voorgeschreven – op huidige tuchtzaak niet van toepassing. De tuchtprocedure is bijgevolg niet door enige nietigheid aangetast.

Evenmin is de tuchtprocedure nietig bij gebrek aan een verslag van de door de stafhouder aangewezen verslaggever. Een tuchtverslag door een door de Stafhouder aangestelde verslaggever is immers niet op straffe van enige nietigheid in de tuchtprocedure voorgeschreven.

Nu de advocaat zowel door de stafhouder (herhaaldelijk) als door de verslaggever werd uitgenodigd om te worden gehoord en eventueel bijkomende informatie en stukken over te maken, waarop de advocaat echter niet is ingegaan, werden de rechten van verdediging van de advocaat gerespecteerd.

De tuchtraad is van oordeel dat het (zwijg)recht van de (tucht)verdachte geen absoluut recht is. De tuchtraad is in deze van oordeel dat het zwijgrecht niet in die zin mag worden geïnterpreteerd dat advocaten die het voorwerp uitmaken van een controle van hun derdenrekening, steeds mogen weigeren de gevraagde informatie aan de Stafhouder te verschaffen. Dergelijke interpretatie zou immers elke administratieve controle, ic. de controle door de Stafhouder op het correct gebruik van de derdenrekening zoals voorgeschreven door artikel 5 van het Reglement van 11 december 2002 inzake de verhandeling van gelden van cliënten of derden, onmogelijk maken. Advocaten zouden alsdan immers elke vraag om informatie vanwege de Stafhouder betreffende de derdenrekening kunnen weigeren op grond van de simpele bewering dat zij zich mogelijks aan vervolging bloot zouden kunnen stellen. Zulks maakt een onterecht ruime interpretatie van het zwijgrecht uit, die bovendien de verduistering van bewijsmateriaal in de hand zou werken.

De bewezen geachte feiten (valsheid in geschrifte en valselijk aan de cliënte laten geloven dat een procedure gevoerd werd) zijn zeer ernstig en laakbaar en maken een flagrante schending uit van de rechtschapenheid die van een advocaat kan en moet verwacht worden.

De handelswijze in beide tuchtdossiers is manifest in strijd met de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die volgens artikel 455 van het Ger. W. aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en die een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen. Bovendien dragen de feiten bij tot de aantasting van de goede faam van de advocatuur.

Een advocaat die arresten en briefwisseling vervalst en op herhaaldelijke wijze gelden van derden op substantiële wijze naar haar eigen rekening overdraagt, kan onmogelijk nog langer het beroep van advocaat uitoefenen, nu deze iedere geloofwaardigheid en vertrouwen bij de rechterlijke overheid, de balie en het publiek heeft verloren.

Wie dit krediet verliest ontbeert tevens de waardigheid om nog langer het beroep van advocaat te kunnen uitoefenen, zodat de zwaarste sanctie overeenkomstig art. 460 Ger. W. zich opdringt, namelijk de schrapping.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen