- Gebruik derdengelden voor persoonlijke doeleinden
- Niet-overmaken derdengelden aan begunstigde
- Onjuiste inlichtingen aan cliënt verstrekken
- Non bis in idem
- Exceptie van het gewijsde
- Nieuwe deontologische inbreuk
- Schorsing van zes maanden
Het aanwenden van derdengelden om privéschulden te betalen is een deontologische inbreuk, maar het achteraf gedurende jaren niet afrekenen met de cliënten in kwestie is een tweede, doch zwaardere en nieuwe bijkomende deontologische fout.
De betrokken advocaat wordt thans niet opnieuw in betichting gesteld voor het feit dat hij derdengelden heeft gebruikt voor persoonlijke doeleinden, doch wel voor het feit dat hij ondanks de sanctie desbetreffend, niet heeft afgerekend en integendeel nog gedurende jaren de cliënten in het ongewisse heeft gelaten.
Er is dus geen sprake van een “non bis in idem”, vermits het gaat om een nieuwe en andere deontologische inbreuk, met name het niet afrekenen en doorstorten van de voor privédoeleinden opgenomen derdengelden.
Voor de vroegere deontologische inbreuk “opname van derdengelden voor privédoeleinden”, wordt de advocaat niet opnieuw vervolgd.
De exceptie van het gewijsde – non bis in idem – kan door de advocaat niet worden ingeroepen vermits de tweede vervolging betrekking heeft op de beteugeling van feiten die zich later situeren in de tijd met handhaving van een volstrekt ondeontologische toestand, klaarblijkelijk in de hoop en in de veronderstelling dat de cliënten niet zouden achterhalen en/of ontdekken dat de gelden reeds zeer lang op de derdenrekening van de advocaat waren gestort.
Het niet afrekenen is een tweede nieuwe en zwaardere inbreuk dan de oorspronkelijke aanwending van de derdengelden voor persoonlijke redenen.
Gelden van derden moeten dadelijk overgemaakt worden aan de begunstigde en geen enkele compensatie met niet-definitief aanvaarde erelonen is toegestaan, minstens moet elke inhouding of verrekening met erelonen onmiddellijk en dadelijk aan de cliënten worden gemeld.