Ga verder naar de inhoud

SLT-95: Beslissing 20 mei 2014

Deel dit artikel

  • Formele klager
  • Ambtshalve onderzoek
  • Ontvankelijkheid tuchtvordering
  • Nietigheden
  • Art. 446 Ger. W.
  • Ereloonstaat
  • Art. 223 Sw.
  • Contact met getuigen
  • Deels uitstel
  • Deels niet bewezen

De klagende partij heeft niet de hoedanigheid van klager bij gebrek aan formele klacht overeenkomstig art. 458 e.v. Ger. W. De tuchtprocedure werd door de stafhouder ambtshalve gevoerd n.a.v. informatie uit een advies van de taxatiecommissie van de Raad van de Orde waarover de taxatiecommissie in een nota naar de stafhouder meedeelt dat bepaalde feiten die zij hebben onderzocht naar oordeel van de taxatiecommissie tevens een deontologische inbreuk konden uitmaken.

Conform art. 459 §1 al 1 en 2 Ger. W. wordt een zaak aanhangig gemaakt op verzoek van de stafhouder en roept de voorzitter van de tuchtraad de betrokken advocaat op om voor de tuchtraad te verschijnen. De voorzitter van de tuchtraad heeft hierbij geen wijziging aangebracht in het onderzoek noch een herkwalificatie doorgevoerd van de ten laste gelegde feiten of van de aard van het onderzoek. Hij had de nota van verwijzing van de stafhouder integraal overgenomen in de oproeping tot verschijning. De voorzitter van de tuchtraad heeft dus duidelijk gehandeld ingevolge zijn gebonden bevoegdheid. Er is maar één voorzitter en het is enkel de voorzitter die de tuchtvordering kan instellen. Hij zou tekortkomen aan zijn taak indien hij in deze materie het verzoek van de stafhouder niet zou opvolgen. Of dezelfde voorzitter al dan niet in aanverwante aangelegenheden zou opgetreden zijn is niet relevant.

Het ereloonadvies dat door de taxatiecommissie werd opgesteld op verzoek van de rechtbank is enkel een advies en de betrokken tuchtzaak betreft niet het uiteindelijk bedrag dat door de rechtbank zal worden weerhouden. Het komt de tuchtraad dan ook voor dat de zaak m.b.t. een eventuele inbreuk op art. 446 Ger. W. voor verdere behandeling dient uitgesteld te worden, tot er duidelijkheid is over de al dan niet herleiding door de Rechtbank van de ingediende ereloonstaat.

Niet enkel artikel 223 SW. is in casu van toepassing maar ook en in het bijzonder artikel 455 Ger.W. dat aan de raden van de Orde de opdracht geeft de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen, te handhaven. Dit heeft zich vertaald in zeer restrictieve bepalingen tot zelfs een verbod voor advocaten in hun omgang met getuigen. De vraag rijst of de eenvoudige vaststelling dat er contacten geweest zijn, voldoende zijn om te besluiten dat er “sturende” contacten zijn geweest. De tuchtraad meent dat het sturend karakter van de onderhouden niet voldoende bewezen is zodat deze betichting niet als gegrond weerhouden wordt.

De tuchtraad verklaart de tenlastelegging inzake het toepassen van overdreven en onredelijke erelonen ontvankelijk maar stelt haar beslissing ten gronde hierover uit tot de beslissing van de rechtbank over de ingediende en betwiste ereloonstaat is gevallen; en verklaart de tenlastelegging inzake het hebben van sturende contacten met getuigen ontvankelijk doch niet voldoende bewezen en derhalve ongegrond.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen